Voor de Haarlemse Kunstgemeenschap heeft professor dr. W. H. C. Tenhaef 2, Vrijdagavond in de Kroonzaal van Brinkmann voor een zeer talrijk gehoor gesproken over voorspellende dromen.
Hij begon met te verklaren dat hij miet bedoelde voorspellen uit kunde of berekening, maar het schouwen in de toekomst zonder meer. Voorspellende dromen zijn er altijd geweest. In de bijbel vindt men de dromen van Jozef 3. Ook Homerus 4 spreekt over deze dromen. Griekse wijsgeren, kerkvaders en scholastieke wijsgeren uit de Middeleeuwen hebben er aandacht aan geschonken. De verschijnselen zijn inde loop der eeuwen gelijk gebleven, alleen de theorieën er over zijn veranderd. Veelal zag men er vroeger de invloed in van hogere machten, goede en kwade. Alleen neoplatoonse 5 wijsgeren in het oude Griekenland spraken er over met woorden, die enig parapsychologisch inzicht doen vermoeden, er zou iets algemeen menselijk aan te grondslag liggen.
Voor een voorspellende droom als echt erkend wordt, moet hij vóór de de vervulling bekend zijn gemaakt en niet de oorzaak van de vervulling zijn, b.v. dood door auto-suggestie.
Vele z.g. voorspellende dromen zijn dat slechts schijnbaar. Maar niet alle. Deze echte hebben soms een volledige overeenkomst met de latere werkelijkheid, soms slechts een gedeeltelijke. Van de laatste gaf de spreker een voorbeeld uit eigen ervaring: een droom over een rij boeken van Karl May. Kort daarop ontving hij een prospectus van een herdruk van Karl-May boeken.
Markante gevallen vertelde prof. Tenhaeff van dromen en hun vervulling, dromen die hem door een notaris en een professor waren toegestuurd; zij hadden ze opgeschreven, onmiddellijk nadat zij met de herinnering aan een droom waren wakker geworden.
Veel nadruk legde de spreker op de associatieve verwantschap om duidelijk te maken, dat een dromer makkelijker dingen ziet, die in zijn eigen leven een aanknopingspunt vinden, dan andere gebeurtenissen.
Leibnir 6 heeft geschreven, dat ieder mens in zijn diepste wezen zijn eigen toekomst kent. Ook de lijfarts van Goethe 7 heeft zo iets gemeend, een gedachte waartoe men ook heden ten dage geneigd is.
Maar het leven zou ondraaglijk zijn, als men zijn toekomst kende. Een soort rem, aldus Bergson 8, belet de bewustwording.
Prof. Tenhaeff waarschuwde hierbij zijn gehoor voor niet bonafide helderzienden, maar tevens wees hij op het feit dat ook een bonafide helderziende, die een en ander uit ons psychisme aanvoelt en ziet, de wens niet van de werkelijkheid kan onderscheiden. Zodat men zich soms ten onrechte met de zekerheid of een komende meevaller blij maakt.
Na de pauze heeft de spreker zijn gehoor uiteengezet hoe hij proeven neemt en is hij verder ingegaan op de mogelijkheid dat men dingen vooruit ziet. Voor buitenzintuiglijke waarnemingen schijnen tijd en ruimte geen rol te spelen. Waar voorschouwen gevonden wordt is ook terugschouwenl. Soms wordt gezegd dat, als men de toekomst vooruit kan zien, er ook geen vrije wil meer is. Prof. Tenhaeff de hierbij tot grote voorzichtigneid. Misschien, meende hij, konden zowel het determinisme als het indeterminisme waar zijn en elkaar aanvullen. Is ons verstand wel berekend om dat alles te weten? vroeg hij zich af. Wij leven in een kosmos, die voor ons te groot is en met begrijpmiddelen die te klein zijn.
Hij verwees voorts naar een inzicht van Aristoteles 9, dat alles een doel heeft.
Dit inzicht wint veld tegen ons vroegere loutere materialisme. En zo kon de mensheid ook zon doelverwerkend principe hebben.
Maar over een Opperwezen, dat het al bestuurt, over de voorspellende dromen, die millioenen mensen hebben, werd niet gesproken.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
In: Nieuwe Haarlemsche Courant, 27 november 1954. |
Prof. Wilhelm Heinrich Carl Tenhaeff (* 18 januari 1894, 9 juli 1981) was van 1953 tot 1978 een Nederlandse bijzonder hoogleraar parapsychologie aan de Universiteit van Utrecht. Met de benoeming van Tenhaeff werd voor het eerst een leerstoel in deze discipline ingesteld. Tenhaeffs autoritaire karakter leidde ertoe dat hij de leerstoel tot zijn 81ste bekleedde, omdat hij het niet eens kon worden over zijn opvolging. |
Jozef was volgens Genesis 37 en 39-50 de zoon van Jakob en Rachel. Omdat Jozef de lievelingszoon van zijn vader is, zijn zijn broers jaloers op hem en ze verkopen hem naar Egypte, waar hij in dienst komt van Potifar, een hoffunctionaris. Jozef krijgt krijgt al gauw een leidinggevende positie in het huis van zijn meester, maar de vrouw van Potifar probeert hem te verleiden; Jozef gaat hier niet op in, waarna de vrouw hem beschuldigt van een verleidingspoging en Potifar gooit Jozef dan in de gevangenis. Daar blijkt zijn gave om dromen te voorspellen. Ook de farao doet een beroep op Jozefs gave en deze voorspelt dat er zeven jaren overvloed zullen komen en daarna zeven jaren schaarste en hij adviseert om een man aan te stellen die ervoor zal zorgen dat er tijdens de eerste zeven jaar graanvoorraden aangelegd worden. |
Homerus (Grieks Ὅμηρος, * ± 850/800 v.C. (?) , ± 800/750 v.C. (?)) was de bekendste Griekse dichter, zelfs van de hele wereldliteratuur, aan wie twee epen, de »Ilias« en de »Odyssee«, en enkele kleinere werken worden toegeschreven. |
Met neoplatonisme gaf met zijn nieuwe interpretaties van Platos werk door Plotinus (Πλωτῖνος, * ± 204, 270 n.Chr.) een stevige impuls aan de filosofie van Plato (Πλάτων, * ± 427, 347 v.Chr.), maar met een grotere nadruk op metafysica (en esoterie), en de integratie van peripatetisch, stoïsch, pythagoreïsch en oosters materiaal, bijvoorbeeld van astrologische en theürgische aard. Het neoplatonisme deelt noties met gnosticisme, hermetisme en het vroege christendom van kerkvaders als Clemens van Alexandrië (Κλήμης Ἀλεξανδρεύς, * ± 125/150, 215 n.Chr.). |
Gottfried Wilhelm Leibniz (ook als (von) Leibnitz gespeld; * 1 juli 1646, 14 november 1716) was een veelzijdige Duitse wiskundige, filosoof, logicus, natuurkundige, historicus, rechtsgeleerde en diplomaat, die wordt beschouwd als een van de grootste denkers van de 17e eeuw. Beroemde werken van hem zijn »De Arte Combinatoria«, »Hypothesis Physica Nova«, »Confessio philosophi«, »Nova Methodus pro Maximis et Minimis, itemque tangentibus, qua nec fractas, nec irrationales quantitates moratur, et singulare pro illi calculi genus in de Acta Eruditorum«, »Discours de métaphysique«, »Explication de lArithmétique Binaire, Mémoires de l'Academie Royale«, »Nouveaux Essais sur lentendement humain«, »Essais de Théodicée sur la bonté de Dieu, la liberté de lhomme et lorigine du mal«, »Principes de la Nature et de la Grace fondés en Raison - Monadologie«, »Collectanea etymologica illustrationi linguarum, veteris Celticae, Germanicae, Gallicae, aliarumque inservientia. Cum praefatione Johannis Georgii Eccardi« en »Essais de théodicée, oder Betrachtung der Gütigkeit Gottes, der Freyheit des Menschen und des Ursprungs des Bösen, nebst der durch ihre selbst eigene Gerechtigkeit vertheidigten götlichen Sache, welcher vorgefügt ein Discours von der Übereinstimmung des Glaubens mit der Vernunfft, samt angehängeten Anmerkungen über Mons. Hobbes.«, |
Johann Wolfgang Goethe (sinds 1782 von Goethe; * 28 augustus 1749, 22 maart 1832) was de grootste dichter en dramaturg die Duitsland ooit gekend heeft; daarnaast was hij wetenschapper, romanschrijver, filosoof, natuuronderzoeker en staatsman. Bekende werken van hem zijn (o.a.) »Heidenröslein«, »Wandrers Sturmlied«, »Götz von Berlichingen«, »Die Leiden des jungen Werthers«, »Egmont«, »Iphigenie auf Tauris«, »Torquato Tasso«, »Der Erlkönig«, »Römische Elegien«, »Reineke Fuchs«, »Wilhelm Meisters Lehrjahre«, »Xenien« (samen met Friedrich (von) Schiller);, »Faust. Eine Tragödie«, »Hermann und Dorothea« »Pandora«, »Wilhelm Meisters Wanderjahre«, »Die Wahlverwandtschaften«, »Zur Farbenlehre«, »Aus meinem Leben. Dichtung und Wahrheit«, »Italienische Reise«, »Über Kunst und Altertum«, »West-östlicher Divan«, »Marienbader Elegie«, »Faust. Der Tragödie zweiter Teil« en »Einzelnheiten, Maximen und Reflexionen«. |
Henri-Louis Bergson (* 18 oktober 1859, 4 januari 1941) was een Frans filosoof die wordt gezien als een van de belangrijkste filosofen uit de 20e eeuw. Zijn oeuvre bestaat uit vier hoofdwerken: om te beginnen het werk »Essai sur les données immédiates de la conscience« (1889), vervolgens »Matière et mémoire« (1896), »L'Évolution créatrice« (1907) en »Les deux sources de la morale et de la religion« (1932). Voor zijn oeuvre ontving Bergson in 1927 de Nobelprijs voor Literatuur. |
Aristoteles (Ἀριστοτέλης, * 384, 322 v.Chr.) was een Griekse filosoof en wetenschapper die met Socrates en Plato wordt beschouwd als een van de invloedrijkste klassieke filosofen in de westerse traditie. Hij was lid van Platos filosofische Akademeia en diens invloed is dan ook aanwezig in Aristoteles werk, maar de filosofische stroming die Aristoteles vertegenwoordigt, het aristotelisme, wijkt duidelijk af van het platonisme, de filosofische leer van Plato. Zijn leraar was Plato, maar Aristoteles heeft talloze disciplines gesticht of aanzienlijk beïnvloed, waaronder wetenschapsfilosofie, natuurfilosofie, logica, biologie, geneeskunde, natuurkunde, ethiek, politieke theorie en poëzietheorie. Zijn bekendste werken zijn op het gebied van de logica: »Κατηγορίαι (Categoriae)«, »Περὶ Ἑρμηνείας (De Interpretatione)«, »Ἀναλυτικὰ Πρότερα (Analytica priora)«, »Ἀναλυτικὰ Ὕστερα (Analytica posteriora)«, »Τοπικά (Topica)« en »Σοφιστικοὶ Ἔλεγχοι (De Sophisticis Elenchis)«. Op het gebied van de natuurkunde: »Φυσικὴ ἀκρόασις (Physica of Naturales Auscultationes)«, »Περὶ οὐρανοῦ (De caelo)«, »Περὶ γενέσεως καὶ φθορᾶς (De generatione et corruptione)«, »Μετεωρολογικά (Meteorologica)«, »Περὶ Ψυχῆς (De Anima)«, »Περὶ αἰσθήσεως καὶ αἰσθητῶν (De sensu et sensibilibus))«, »Περὶ μνήμης καὶ ἀναμνήσεως (De memoria et reminiscentia)«, »Περὶ ὕπνου καὶ ἐγρηγόρσεως (De somno et vigilia)«, »Περὶ ἐνυπνίων (De insomniis)«, »Περὶ τῆς καθ᾽ ὕπνον μαντικῆς (De divinatione per somnum)«, »Περὶ μακροβιότητος καὶ βραχυβιότητος (De longitudine et brevitate Vitae)«, »Περὶ νεότητος καὶ γήρως, καὶ ζωῆς καὶ θανάτου, καὶ ἀναπνοῆς (De Juventute et Senectute, De Vita et Morte)«, »Τῶν περὶ τὰ ζῷα ἱστοριῶν (Historia Animalium)«, »Περὶ ζῴων μορίων De Partibus Animalium)«, »Περὶ ζῴων κινήσεως (De Motu Animalium)«, »Περὶ πορείας ζῴων (De incessu animalium)«, »Περὶ ζῴων γενέσεως (De Generatione Animalium)« en »Προβλήματα (Problemata)«. Op het gebied van de metafysica: »Τὰ μετὰ τὰ φυσικά (Metaphysica)«. Op het gebied van bestuurskunde: »Ἠθικὰ Νικομάχεια (Ethica Nicomachea)«, »Ἠθικὰ Εὐδήμεια (Ethica Eudemia)«, »Πολιτικά (Politiká Politika)«, »Οἰκονομικά (Oeconomica)« en »Ἀθηναίων πολιτεία (Athenaion Politeia)«. |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.
Terug naar de Karl May-startpagina.
Terug naar de Apriana-startpagina.
|