HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN IN DE TWEEDE WERELDOORLOG, DEEL 7 : MEI ‘43 - JUNI ‘44. TWEEDE HELFT
Dr. L. de Jong

's-Gravenhage , Staatsdrukkerij : 1976



N.B. : Noten van Dr. L. de Jong zijn onder aan iedere pagina overgenomen; overige noten staan onderaan het document.


Blz. 814 :[...]
      Méér effect, zij het kortstondig, had het omgekeerde: het namaken van nummers van legale dagbladen of periodieken door illegale groepen. Dat was telkens een hele operatie: de betrokken drukkerij moest overvallen worden en de daar aanwezige staf moest men er dan met zachte of harde dwang toe brengen, een nummer te vervaardigen waarvoor men de kopij had meegebracht - of men moest het namaaknummer in een andere dan de gebruikelijke drukkerij laten vervaardigen. In beide gevallen diende men er voorts zorg voor te dragen dat de distributie zo vlug en zo normaal mogelijk plaatsvond. Vier keer is dat gepresteerd: op 14 april ‘44 door de Veenendaalse Knokploeg die de drukkerij van de Schoonhovense Courant dwong, pagina 2 van het nummer van die dag (de krant telde nog maar twee pagina's) met verzetsartikelen te vullen 1 ; op 1 mei door de groep van Ons Volk die er met medewerking van Amsterdamse studenten in slaagde, een nagemaakt nummer van het weekblad De Gil 2 precies op tijd in 10 000 exemplaren bij een aantal kiosken in de Amsterdamse binnenstad af te leveren; op 5 juni door enkele Haarlemse illegale werkers die bij een drukker te Hillegom die Trouw drukte, 8 000 exemplaren lieten maken van de Haarlemse Courant welke ook al via de kiosken verkocht werden; en tenslotte op 7 september door vier Friese illegale werkers, onder wie twee KP'ers, voor wie een drukkerij in Appingedam 10 000 exemplaren van de Friese Courant vervaardigd had die ten dele in Leeuwarden normaal in distributie kwamen, ten dele door de Trouw-groep in heel Friesland werden verspreid.
[...]

1Volgens de Duitsers werd het grootste deel van de oplaag in beslag genomen, er zijn evenwel zeker enkele duizenden exemplaren verspreid. De Knokploeg nam er zelf duizend mee. Per exemplaar betaalden aspirant-lezers daar grif f 100 tot f 150 voor - het geld ging naar de LO toe. De bevolking van Schoonhoven werd voor de operatie van de KP gestraft doordat zij zes weken lang om zes uur ‘s avonds binnen moest zijn.
2Dit was een vorm van Duitse ‘zwarte' propaganda; wij komen er in hoofdstuk 11 op terug.



Blz. 1315 :[...]
      Een wezenlijk deel van de Duitse propaganda (men denke aan de wijze waarop het bombardement van Nijmegen uitgebuit is!) was er in die tijd immers op gericht, het de bevolking bij te brengen dat een Geallieerde invasie met een ongekende rampspoed gepaard zou gaan. 1
[...]

1Men treft hetzelfde element aan in het weekblad De Gil dat begin maart ‘44 als een, overigens niet als zodanig aangeduide, speciale uitgave van het Reichskommissariat begon te verschijnen. De Gil deed zich hier en daar voor als anti-Duits en vooral anti-NSB, maar commentaren en caricaturen in die geest hadden louter de strekking, een lezerskring te winnen voor anti-Geallieerde en antisemietische beschouwingen. Het blad werd uitgegeven door de Abteilung Aktivpropaganda van Ritterbusch' Generalkommissariat, welke afdeling elk nummer zorgvuldig censureerde. Bij de eerste drie nummers trad, schijnt het, de journalist L. M. H. Thijssen (in ‘40-'41 hoofdredacteur van De Residentiebode en lid van de NSB) als redacteur op, maar van nummer 4 af werd De Gil voor een groot deel volgeschreven door de auteur W. H. M. van der Hout, die in het begin van de bezetting lid van Nationaal Front geweest was; Thijssen en van der Hout hadden beiden in ‘43 reeds allerlei teksten voor de Abteilung Aktivpropaganda geschreven. ‘De Duitse methode van propaganda maken wordt hier', zo zou van der Hout zich in ‘44 uitgelaten hebben, ‘door geen mens in Holland geslikt. Het Nederlandse volk pro-Duits maken kan niet meer. Het enige wat ze' (d.w.z. de Duitsers) ‘kunnen doen, is zodanig te schrijven dat de mensen zeggen: van Amerika en Engeland deugt ook niets.' Wel, daar ging van der Hout, rijk gesalarieerd, zich persoonlijk met ijver en toewijding, met originaliteit en zin voor humor, maar bepaald ook met perfidie moeite voor geven.
      De Abteilung Aktivpropaganda verwachtte veel van De Gil. Voor het drukken in een oplaag van 200 000 exemplaren had de n.v. Drukkerij Elsevier, onderdeel van het concern van De Telegraaf, zich aangeboden maar de bezetter vertrouwde dat drukken aan een Haagse drukkerij toe, nl. aan die van De Residentiebode.
      Inderdaad, De Gil sloeg in. Het schijnt dat de oplaag spoedig tot ver boven de 100 000 steeg en wij houden het voor aannemelijk dat zijn sluwe propaganda een zeker, overigens niet nauwkeurig aan te geven, effect heeft gehad.
      Wij vermeldden al in hoofdstuk 7 dat de redactie van het illegale blad Ons Volk eind april ‘44 een bekwaam samengesteld pseudo-nummer van De Gil liet drukken in 2 500 1 exemplaren die op 1 mei ‘44 door een aantal ondergedoken Amsterdamse studenten met succes ter verkoop rondgebracht werden bij de kiosken in de Amsterdamse binnenstad; alle exemplaren waren binnen een half uur verkocht.




[1]Op p. 814 waren het nog 10.000 exemplaren!



N.B.: © Dr. L. de Jong / Staatsdrukkerij !