Karl May (1842-1912)

Ronny De Schepper 1


Het zal morgen al 110 jaar geleden zijn dat de Duitse schrijver Karl May is gestorven.

Hij werd geboren in Hohenstein-Ernstthal, als vijfde kind van de wever Heinrich May en zijn echtgenote Wilhelmina Weise. Kort na zijn geboorte werd hij nachtblind door vitaminegebrek.

Negen van de dertien andere kinderen in het gezin stierven op jeugdige leeftijd. Gedurende zijn blinde kinderjaren vertelde zijn grootmoeder hem veel sprookjes, waardoor zijn fantasie zich ontwikkelde. Op vier- of vijfjarige leeftijd werden hem na medisch onderzoek de juiste voedingsmiddelen (vitamine A & D) toegediend, waarna hij kon zien.

In 1856 begon hij zijn opleiding tot leraar in Waldheim 2, Saksen, tot hij in 1860 werd veroordeeld wegens diefstal van zes kaarsstompjes. Toch legde hij een jaar later het leraarsexamen af en werd hij als leraar aangesteld bij de fabrieksschool in Altchemnitz. Hier werd hij kort daarna opnieuw veroordeeld wegens diefstal (een horloge, dat hij van een kamergenoot overdag mocht lenen, nam hij voor het weekend mee naar huis, waarna de kamergenoot aangifte deed), waardoor hij zijn betrekking en zijn lesbevoegdheid verloor.
Hij gaf zich dan maar uit voor arts, maar in 1865 werd hij betrapt en tot vier jaar arbeidshuis veroordeeld. Hij kwam voortijdig vrij in 1868, maar beging hierna opnieuw een aantal diefstallen, waarvoor hij van 1870 tot 1874 in het tuchthuis in Waldheim een gevangenisstraf uitzat. Daar kwam hij weer “op het rechte pad” dankzij de katholieke lekencatecheet Kochbar 3.
In de periode 1875-78 vond May een aanstelling als redacteur van de colportageweekbladen “Der Beobachter an der Elbe” en “Frohe Stunden”. Deze bladen waren het eigendom van uitgever Heinrich Gotthold Münchmeyer 4. May begon toen enkele zelfgeschreven verhalen te publiceren. In 1880 huwde hij met de veel jongere Emma Pollmer. Alhoewel hij al enkele jaren met haar had samengewoond (“gerepeteerd”, zou Urbanus 5 zeggen), werd het toch geen gelukkig huwelijk. Kort daarop verschenen in het katholieke gezinsblad “Deutscher Hausschatz” de eerste versies van zijn reisavonturen. Ook begon hij aan zijn vijf zogenaamde Münchmeyerromans, zij het onder diverse pseudoniemen. De reden hiervoor was dat ze een bepaalde mate van erotiek bevatten. De mening van fans (b.v. de schrijver van de Wikipedia-pagina) is dat de erotiek op rekening moet worden geschreven van uitgever Münchmeyer die dit beschouwde als een noodzakelijk middel om de losse huis-aan-huis verkoop van zijn bladen aan te zwengelen, maar dat Karl May zelf dit met tegenzin schreef.
In 1888 kreeg May een vaste aanstelling als medewerker aan het Stuttgarter tijdschrift “Der gute Kamerad”. Vanaf 1892 verschenen Mays reisvertellingen in steeds grotere oplagen. Door de goede verkoop van zijn boeken ging het hem voor de wind.
Tot nu toe had Karl May dus reisverhalen geschreven zonder zelfs maar een voet buiten Duitsland te hebben gezet. Pas in 1899 ondernam hij zijn eerste reis naar de Oriënt. Daarna maakte hij een reis naar Amerika (1908), vanwaar hij veel originele souvenirs uit het dagelijks leven van verschillende indianen meenam. Hij gaf ook lezingen, waarbij hij het deed voorkomen alsof Winnetou (“de rode gentleman”) echt leefde. Hij deed ook alsof een legendarisch opperhoofd als Sitting Bull 6 tot zijn intieme vriendenkring behoorde. Vandaar misschien dat de goegemeente ook daadwerkelijk dacht dat indianen hun zinnen steeds begonnen en besloten met het fameuze “ugh”…
Ondertussen had hij zich in 1903 laten scheiden van zijn vrouw en was hij gehuwd met zijn secretaresse Klara Plöhn. Hij ging zichzelf toen als groot literator zien, maar zijn latere werk vond geen erkenning, ook al omdat het bol stond van bekeringsdrang en hij vaak zijn eigen werk “samplede” (hij herbruikte passages uit vroegere werken). Integendeel, door de bekendmaking van zijn vroegere veroordelingen ontstond er een anti-Karl May-hetze, culminerend in Lebius’ brochure “Karl May – ein Verderber der deutschen Jugend” 7. Tijdens processen tegen het publiceren van zijn Münchmeyerromans onder zijn eigen naam verloor hij veel van het geld dat hij met schrijven had verdiend (*). Toen hij in Radebeul op 30 maart 1912 overleed, was hij een gebroken man.
Na zijn dood richtte zijn vrouw Villa Bärenfett (villa Berenvet) in met souvenirs van hun Amerikareis. Het was een der uitgebreidste tentoonstellingen van originele 19-eeuwse Indiaanse attributen in Europa en trok ook ten tijde van de DDR (want Radebeul ligt in de omgeving van Dresden) vele westerse bezoekers ondanks het feit dat zijn boeken niet mochten verkocht worden in Oost-Duitsland.
In Nazi-Duitsland daarentegen was May wél erg populair. De Führer himself was bijvoorbeeld een grote Old Shatterhand-fan. Vandaar dat in 1943 – in volle papierschaarste – er de heruitgave op 300.000 exemplaren was van de avonturen van Winnetou. Anderzijds waren ook Herman Hesse 8, Albert Einstein 9, Albert Schweitzer 10, Karl Liebknecht 11, Thomas Mann 12 en onze eigen Jean Ray 13 lid van de fanclub. De boeken waren overigens niet bedoeld als kinderliteratuur. De bekende pockets die bij de jeugd zo populair waren in de jaren vijftig en zestig 14 waren dan ook “bewerkingen”, zij het dat men in dit geval zeker niet mag denken dat er erotische passages dienden te worden geschrapt, integendeel men liet vooral ellenlange natuurbeschrijvingen e.d. weg om de leesbaarheid te bevorderen. Alhoewel. In zijn “oosterse” romans, veel minder populair maar toch, werd er wel geknipt in de scènes die zich afspeelden in de harems. In 1974 werd het leven van Karl May verfilmd door Hans Jürgen Syberberg 15 en dat in twee delen met resp. als titel “Bloody Dark Grounds” en “Die Seele ist ein weites Land in das wir fliehen”. Helmut Käutner 16 vertolkt hierin de rol van Karl May.

(*) Ik geef hier de Wikipedia-versie weer. Volgens het artikel van Marc Henning 17 gingen deze processen precies over de erotische passages, waarvan May beweerde dat ze niet door hem waren geschreven, maar door de uitgever (of door iemand anders in opdracht van de uitgever). Volgens Henning stelde de rechter Karl May in het gelijk, wat dus exact het tegenovergestelde is als wat Wikipedia beweert. Bronnen
Marc Henning, Het fenomeen Karl May, TV-Express 8 november 1977
Wikipedia
XXX, Karl May’s obscene jeugd, Humo 22 mei 1975


[1]Op: ronnydeschepper.com, 29 maart 2022.
[2]Correct is Waldenburg.
[3]Correct is Kochta. Johannes Kochta (eigenlijk Johann Peter Kochte, * 28 maart 1824 , † 27 februari 1886) was van 1866 tot 1884 katholiek gevangenisaalmoezenier in tuchthuis Waldheim.
[4]Heinrich Gotthold Münchmeyer (* 29 juni 1836 , † 6 april 1892) was uitgever en colportageboekhandelaar in Dresden.
Van maart 1875 tot december 1876 was Karl May aan deze uitgever verbonden en redigeerde hij de tijdschriften Der Beobachter an der Elbe (dat van 1874 tot 1875 bestond), Deutsches Familienblatt. Wochenschrift für Geist und Gemüth zur Unterhaltung für Jedermann (1875-1877; hierin publiceerde May zijn eerste indianenverhalen), Schacht und Hütte. Blätter zur Unterhaltung und Belehrung für Berg- Hütten- und Maschinenarbeiter (1875-1876) en Feierstunden am häuslichen Heerde. Belletristisches Unterhaltungs-Blatt für alle Stände (1876-1877; hierin publiceerde May zijn eerste verhalen over de Oriënt).
Tussen 1882 en 1887 schreef Karl May zijn vijf grote colportageromans voor Verlag H. G. Münchmeyer: „Waldröschen oder die Rächerjagd rund um die Erde” (december 1882-augustus 1884; 2.612 pagina’s), „Die Liebe des Ulanen – ein packender Fortsetzungsroman über den deutsch-französischen Krieg 1870/71” (september 1883-oktober 1885; 1.724 pagina’s), „Der verlorne Sohn oder Der Fürst des Elends. Roman aus der Criminal-Geschichte” (augustus 1884-juli 1886; 2411 pagina’s), „Deutsche Herzen – Deutsche Helden” (december 1885-januari 1888; 2.610 pagina’s) en „Der Weg zum Glück – Höchst interessante Begebenheiten aus dem Leben und Wirken des Königs Ludwig II. von Baiern” (juli 1886-augustus 1888; 2.616 pagina’s).
Het blad Frohe Stunden was overigens níét van Münchmeyer, maar van een andere Dresdner uitgever en kunsthandelaar, Bruno Radelli (voluit: Bruno Hieronymus Radelli, * 20 september 1849 , † 16 december 1911).
[5]Urbanus (artiestennaam van Urbain Joseph Servranckx, * 7 juni 1949) is een Belgisch komiek, cabaretier, zanger, gitarist, stripauteur en acteur, die tot het einde van de jaren ’70 ook optrad onder de naam „Urbanus van Anus”.
[6]Tȟatȟáŋka Íyotake („De stier die gaat zitten”, in het Engels niet geheel correct vertaald als Sitting Bull, * ± 1831 , † 15 december 1890) was het opperhoofd van de Hunkpapa-Lakota-Sioux die vooral bekendheid verwierf door zijn jarenlange verzet tegen de genocide op het indiaanse volk door de Amerikanen.
[7]Rudolf Lebius (* 4 januari 1868 , † 4 april 1946) was een Duitse journalist van het dubieuze soort, uitgever, vakbondsleider en antisemitisch politicus; nadat zijn poging om Karl May af te persen mislukt waren, werd hij diens vuigste tegenstander.
[8]Hermann Hesse (voluit: Hermann Karl Hesse, * 2 juli 1877 , † 9 augustus 1962) was een Zwitsers, Duitstalig schrijver, dichter en schilder. Zijn bekendste werken zijn „Peter Camenzind”, „Siddharta. Eine indische Dichtung”, „Der Steppenwolf”, „Narziß und Goldmund” Voor zijn literaire werk ontving hij in 1946 de Nobelprijs voor Literatuur.
[9]Albert Einstein (* 14 maart 1879 , † 18 april 1955) was een Duits, later Zwitsers en nog later Amerikaans theoretisch natuurkundige van Joodse afkomst. In 1921 ontving hij voor zijn verdiensten voor de theoretische natuurkunde, en met name voor zijn ontdekking van de wet van het foto-elektrisch effect de Nobelprijs voor de Natuurkunde.
[10]Albert Schweitzer (* 14 januari 1875 , † 4 september 1965) was een Duits medicus, luthers theoloog, filosoof en schrijver; hij ontving in 1952 de Nobelprijs voor de Vrede voor zijn in woord en daad uitgedragen dogma ‘Eerbied voor al het leven’.
[11]Karl Liebknecht (* 13 augustus 1871 , † 15 januari 1919) was een Duitse communistische agitator, die van 1900 tot 1915 lid was van de (linkervleugel van de) Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD), tot hij met deze partij brak en samen met o.a. Rosa Luxemburg, Franz Mehring en Clara Zetkin de nog radicalere Spartakusbund oprichtte.
[12]Thomas Mann (voluit: Paul Thomas Mann (* 6 juni 1875 , † 12 augustus 1955) was de jongere broer van Heinrich Mann. Hij wordt beschouwd als een van de grootste Duitse schrijvers uit de twintigste eeuw; in 1929 ontving hij de Nobelrpijs voor de Literatuur, o.a. vanwege zijn „Buddenbrooks: Verfall einer Familie”. Daarmee is tevens een van zijn bekendste romans genoemd; andere bekende werken van hem zijn „Der Zauberberg”, „Tonio Kröger ”, „Der Tod in Venedig”, „Joseph und seine Brüder”, „Lotte in Weimar”, „Doctor Faustus. Das Leben des deutschen Tonsetzers Adrian Leverkühn, erzählt von einem Freunde” en „Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull. Der Memoiren erster Teil”.
[13]Jean Ray (een van de pseudoniemen van Raymundus Joannes de Kremer of Raymond Jean de Kremer, * 8 juli 1887 , † 17 september 1964) was een Vlaams schrijver honderden fantastische verhalen publiceerde. Een ander pseudoniem van hem was John Flanders. Hij schreef zowel in het Nederlands als in het Frans.
[14]De bekende Karl May Pockets van Het Spectrum verschenen in de jaren 1962/63 en 1966/67.
[15]Hans-Jürgen Syberberg (* 8 december 1935) is een Duits filmregisseur. Hij wordt beschouwd als een aanhanger van het Gesamtkunstwerk; zijn films zijn het resultaat van de vermenging van twee tegengestelde polen uit het Duitse culturele verleden: het rationalisme van de 18e eeuw en het mysticisme van de 19e eeuw. Bekende films van hem zijn „Romy. Anatomie eines Gesichts”, „Scarabea - Wieviel Erde braucht der Mensch”, „Sex-Business - made in Pasing”, „Ludwig - Requiem für einen jungfräulichen König”, „Theodor Hirneis oder: Wie man ehem. Hofkoch wird”, „Karl May”, „Winifried Wagner und die Geschichte des Hauses Wahnfried von 1914-1975”, „Hitler: A Film from Germany”, „Parsifal”, „Penthesilea”, „Die Marquise von O. ” en „Syberberg filmt Brecht”.
[16]Helmut Käutner (* 25 maart 1908 , † 20 april 1980) was een Duits acteur en regisseur, zowel van films als van hoorspelen. Zijn bekendste films als regisseur zijn „Große Freiheit Nr. 7” (1944), „Unter den Brücken”, „Ludwig II. – Glanz und Ende eines Königs”, „Des Teufels General”, „Der Hauptmann von Köpenick” (1956), „Monpti” en „Der Schinderhannes”. Als acteur is hij vooral bekend gebleven door het vertolken van de titelrol in Syberbergs „Karl May”.
[17]Marc Hennings is of was een Belgisch journalist.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website