AMSTERDAM, dinsdag — Westerstraat, Amsterdam. Winkel door, twee treetjes af, rechtsaf een steegje in, lange trap omhoog, piepende deur, werkplaats. Stoffig en donker. Stank van afgewerkte olie. In een hoek, Wim Bustraan 2, zesenvijftig nu, gebogen over twee aan elkaar geklonken buizen. Ja, dit wordt een fiets ja, een race-fiets, een RIH.
Zijn stem is zacht, fluisterend bijna. Ik maak er zo tweehonderdvijftig per jaar. Meer is niet mogelijk. Ik heb maar één assistent. Goede fietsenmakers zijn schaars tegenwoordig. Eigenlijk zonde, dat er per jaar maar tweehonderdvijftig RlH-fietsen klaar komen. Het zouden er duizend, pak weg vijftienhonderd moeten zijn. Dan kan ik eindelijk eens profiteren van de goede naam, die mijn fiets heeft.
RIH. Het is een instituut eigenlijk.
Een instituut in de Nederlandse, ja zelfs Europese wielerwereld. Een RIH, dat is iets bijzonders. Dat is niet zomaar een frame met daaraan twee wielen, een stuur, een zadel en een stel trappers gemonteerd, nee dat is een gestroomlijnde racemachine: een fiets van adel.
![]()
|
Een RIH, daar reed Gerrit Schulte 3 op, Arie van Vliet 4, Jan Derksen 5, André Darrigade 6. Een RIH, daar vragen Peter Post 7, Ben Janbroers 8, Leijn Loevesijn 9, Fedor den Hertog 10 en Bustraan-weet-wie elk jaar opnieuw naar. Wim Bustraan met een sinister lachje: Er rijden er nog veel meer op, dan jullie denken. Maar ik mag het niet zeggen. Geheim. Top-secret.
Wim Bustraan wenst geen verdere toelichting te geven. Maar iedereen weet het. RIH-fietsen worden in het geniep overgespoten in dienst van de commercie. Hoeveel werkstukken van Wim Bustraan zitten er op dit ogenblik verborgen onder de knallende etiketten van Peugeot, Flandria, Carlton, Gazelle...? De directeur - fietsenmaker - vertegenwoordiger - spuiter Wim Bustraan zelf: Ik weet het niet precies. Maar het zullen er heel wat zijn. Als Pietje Puk in dienst is van bijvoorbeeld Peugeot en hij wil per se op een RIH rijden, omdat hij dat een veel betere fiets vindt, dan is het een klein kunstje zon fiets even van het gewenste kleur en etiket te voorzien.
Gebeurt dagelijks. Vervalsing ja, maar wat kan ik eraan doen? Als ik er iets van zeg, krijgt die knul, die zijn fiets stilletjes heeft laten overspuiten, onmiddellijk zijn ontslag.
Want als je in dienst bent van bijvoorbeeld Peugeot, dan moet je natuurlijk ook op dat merk fiets rijden en niet op een overgespoten RIH.
RIH. Vreemde naam eigenlijk. Bustraan: We zeggen voor de gein wel eens Rommel In Huis. En sommige mensen denken, dat het Rijwiel Industrie Holland betekent. Maar het is de naam van een paard uit een boek van Karl May. Heeft mijn vader bedacht, die dit bedrijf vijftig jaar geleden heeft opgericht. Als je dat paard RIH in zijn oren fluisterde — het is geloof ik het Arabische woord voor orkaan — dan spoot dat dier als een gek weg. Vandaar dat hij zijn fietsen zo heeft genoemd.
Een halve eeuw RIH. Bustraan is er trots op al laat hij het nauwelijks doorschemeren. Het is lang ja. Merken gaan en merken komen, maar RIH is altijd gebleven. Ik vraag me alleen nog af voor hoe lang. Het is niet meer te doen tegenwoordig. Je bent dag en nacht bezig. Een goede fiets kost bij mij twaalfhonderd gulden, maar ik heb toch een wachtlijst van weet ik hoeveel mensen. Als je nu een fiets bestelt, kan ik hem — als alles meeloopt — met twee, drie maanden leveren. Ik zou mijn merk willen verkopen aan een fabriek, die mijn fietsen, mijn ontwerpen, dan in serie kan gaan maken. Onder mijn toezicht uiteraard. Ik ben al een tijdje bezig. Maar het lukt nog niet erg.
Wim Bustraan lijkt een beetje mismoedig als hij zijn verkoopplannen ventileert. Ja, ik snap niet dat de fabrieken er zo moeilijk aan willen. Als ik zie wat er op de markt komt. Fietsen, mijnheer, die maak ik nog niet met mijn handen op mijn rug gebonden en met mn ogen dicht.
Een schande. En dan bied ik daar zo mijn ontwerpen aan, en dan is er bijna geen belangstelling voor. Ik snap het niet. Een grote fabriek achter mijn modellen ... Daar is goud mee te verdienen.
mooie tijd mee gehad.
Heeft Bustraan verschillende soorten? Is elke fiets niet gelijk aan de andere? In zekere mate zijn de frames identiek, maar ik wijk wel eens af. Ik volg de mode. Wat zeg ik, ik maak zelf de mode. Ik heb de fiets van Gerrit Schulte eens een zwaarder achterframe gegeven. Prompt begon iedereen er op te rijden.
Haha. Ze doen alles na, wat de groten doen. Als Eddy Merckx 11 morgen zijn zadel achterstevoren zet en hij rijdt nog goed ook, dan rijdt overmorgen het hele peloton ook met het zadel achterstevoren. Een stelletje zotten zijn het soms. De groten, die doen, wat ze zelf willen. Arie van Vliet zijn trappers moesten altijd laag boven de grond; Jan Derksen wilde ze altijd hoog hebben. Gerrit Schulte had weer andere wensen.
Die moest trouwens ook altijd een rode fiets hebben. Een andere kleur weigerde hij gewoon. Ik heb eens een keer een groene voor hem gemaakt. Hij was spinnijdig. Nog diezelfde avond verkocht hij hem aan een Fransman. Rare lui soms, die fietsers, maar ik heb er wel een mooie tijd mee gehad.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
In: Het Parool, 21 april 1971. |
Wim Bustraan (* 21 september 1915, ?) fabrikant van de RIH-fietsen in Amsterdam (Westerstraat 150), zoon van Willem Bustraan sr. die samen met zijn broer Joop de RIH-fabriek had opgericht in 1921. |
Gerardus (Gerrit) Bernardus Maria Schulte (* 7 januari 1916, 26 februari 1992) was een Nederlandse wielrenner, die in de tijd rond de Tweede Wereldoorlog een van Nederlands populairste coureurs was; in totaal haalde hij meer dan 100 overwinningen op de weg en meer dan 200 op de baan. Hij nam één keer deel aan de Tour de France en won daarin een etappe. |
Arie Gerrit van Vliet (* 18 maart 1916, 9 juli 2001) was een Nederlands wielrenner: een baansprinter van wereldniveau. Op de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 won hij goud op het onderdeel 1 kilometer tijdrit. Een dag eerder haalde hij zilver op de sprint, maar hij werd tijdens de finale gehinderd door een Duitser, die niet gediskwalificeerd werd en het goud kreeg. In 1938, 1948 en 1953 won hij de wereldtitel sprint wél. |
Johannes (Jan) Wilhelmus Derksen (* 23 januari 1919, 22 mei 2011) was een Nederlands baanwielrenner die jarenlang duels uitvocht met Arie van Vliet (zie noot 4). Hij werd in 1946 en 1957 wereldkampioen sprint. |
André Darrigade (* 24 april 1929) is een Frans oud-wielrenner, die tijdens zijn carrière 22 etappes in de Tour de France won; hij won de ronde van Lombardije in 1956 en werd wereldkampioen op de weg in 1959. Vanwege zijn palmares en zijn prestaties wordt hij als de grootste Franse sprinter aller tijden beschouwd. |
Petrus (Peter) Franciscus Maria Post (* 12 november 1933, 14 januari 2011) was van 1956 tot 1972 een Nederlands beroepswielrenner en vanaf 1974 ploegleider van TU-Raleigh. Hij reed het grootste deel van zijn carrière op de baan, waar hij 65 overwinningen in zesdaagsen won, lange tijd een record. In 1964 won hij Parijs-Roubaix. |
Ben Janbroers (* 9 november 1948) is een Nederlands voormalig wielrenner die beroeps was tussen 1971 en 1977; hij won in 1969 de zevende etappe in Olympias Ronde. Zijn enige deelname aan de Tour de France eindigde in 1973 al na de achtste etappe omdat hij gediskwalificeerd werd wegens stayeren. |
Leijn Loevesijn (* 2 januari 1949) is een Nederlands voormalig wielrenner, die in 1968 op de Olympische Spelen in Mexico City een zilveren medaille won op het onderdeel tandem. In 1971 werd hij wereldkampioen sprint. |
Fedor Iwan den Hertog (* 20 april 1946, 12 februari 2011) was een Nederlands wielrenner. Zijn meest opzienbarende prestatie zette hij neer in 1969, toen hij tijdens de Ronde van Rheinland-Pfalz negen van de elf etappes en het eindklassement won. Een jaar eerder won hij op de Olympische Spelen in Mexico City goud op de ploegentijdrit op de weg. In 1975 won hij één etappe in de Tour de France en eindigde hij als 18e in het eindklassement. |
Édouard (Eddy) Louis Joseph baron Merckx (* 17 juni 1945) is een Belgisch voormalig wielrenner die actief was in de jaren 60 en 70. Hij is met 525 overwinningen op de weg met afstand de beste wielrenner van zijn generatie: hij won vijfmaal de Tour de France (met 34 etappezeges), vijfmaal de Giro dItalia (en 24 etappes) en eenmaal de Vuelta Ciclista a España (en 6 etappes) en werd wereldkampioen in 1967, 1971 en 1974. Daarnaast won hij zowat alle klassiekers en brak hij het werelduurrecord. Zijn onstuitbare honger naar overwinningen leverde hem de bijnaam De kannibaal op. |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.
Terug naar de Karl May-startpagina.
Terug naar de Apriana-startpagina.
|