Theo Olof vertelt

Hlg. 1

De violist Theo Olof 2 heeft op doktersadvies, naar hij zegt in zijn zelfgeschreven voorwoord een boekje gecomponeerd en dat op een welgekozen tijdstip bij Bakker-Daamen in Den Haag het licht doen zien.
Zoals bekend zullen Olof en Krebbers 3, de onafscheidelijken, binnenkort feest gaan vieren. De twee concertmeesters van het Residentie-orkest herdenken ieder hun 25-jarig „solistendom”. Wanneer men bedenkt dat beide heren elf maanden in leeftijd schelen en samen nog geen zeventig zijn, dan zou men wel eens tot de afschuwelijke ontdekking kunnen komen, dat ze elk een jaar of tien waren. Toen ze als solist begonnen op te treden. „We zijn zo verschillend, dat we wel broers konden zijn”, zegt Theo Olof in het hoofdstuk „Herman en ik”. Onder het motto: „Er zijn veel krabbers, er is maar één Krebbers” vertelt hij het een en ander over hun ontmoeting op 9-jarige leeftijd, over hun studietijd bij Oskar Back 4, hun gezamenlijke ontdekking van de Antwerpse patates-frites en hun „zwaar en vet” vioolspel daarna. Als men Olof geloven moet, gleden ze haast uit over de snaren van hun instrument. „Wat jammer”, zegt Olof, „dat ik de kunst verleerd ben om tegelijk te studeren en een boel te lezen. En wat was ik in mijn schik, toen de Arnhemse Orkestvereniging mij na zo’n wonderkindconcert „Winnetou’s dood” van Karl May ten geschenke gaf ……” In een twintigtal korte hoofdstukjes vertelt Olof, die in 1933 met z’’n moeder uit Duitsland moest vluchten, met een waarlijk vlotte pen over een paar zaken, waarmee hij in de loop der jaren te maken heeft gekregen, pianisten, dirigenten en componisten niet uitgezonderd. Hij doorspekt zijn verhalen met grapjes en anecdotes, zoals die op het podium en in de orkestbak de ronde doen. De eer van het laatste grapje laat hij aan Eric Satie 5, die eens tegenover Debussy 6 verklaarde, diens werk „La Mer” buitengewoon mooi te vinden. Vooral dan, in deel I („Van de ochtendschemer tot de middag op zee”) dat stukje van kwart over 11! Het zou ons eigenlijk niet verbazen, als binnenkort blijkt dat Theo Olof een succesvol boekje heeft geschreven.    Hlg.


[1]In: De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 19 september 1958.
Wie er schuil gaat achter de afkorting „Hlg.” is niet bekend.
[2]Theo Olof (voluit: Theodor Olof Wolffberg, per 1 juni 1954: Theo Olof Olof , * 5 mei 1924 , † 9 oktober 2012) was een in Duitsland geboren Nederlandse violist en schrijver over klassieke muziek.
[3]Herman Krebbers (voluit: Herman Albertus Krebbers , * 18 juni 1923 , † 2 mei 2018) was een Nederlandse concertviolist, vioolpedagoog en concertmeester van het Residentie-Orkest en het Concertgebouworkest.
[4]Oskar Back (* 9 juni 1879 , † 3 januari 1963) was een Hongaars-Nederlands violist en muziekpedagoog.
[5]Erik Satie (artiestennaam van Éric Alfred Leslie Satie , * 17 mei 1866 , † 1 juli 1925) was een Franse componist en pianist. Zijn composities bestaan vooral uit pianomuziek.
[6]Claude Debussy (voluit: Claude Achille Debussy , * 22 augustus 1862 , † 25 maart 1918) was een Frans componist die vernieuwing bracht binnen de klassieke muziek. Bekende werken van hem zijn o.a. „Clair de lune” (uit de „Suite bergamasque”), „Prélude à l’après-midi d’un faune”, „Chansons de Bilitis”, „La Mer” en de opera „Pelléas et Mélissande”.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website