Old Shatterhand, de vriend uit onze jeugd

anoniem 1


„NOG STONDEN wij daar met de revolvers dreigend opgeheven, toen een nieuwe gast binnenkwam – een Indiaan. Hij droeg een witgelooid, met rood Indiaans borduurwerk versierd jachthemd ...... Zijn lang, dicht, blauw-zwart haar was in de vorm van een hoge, helmachtige wrong opgestoken, waardoorheen de huid van een ratelslang was gevlochten. Geen arendsveer of andere onderscheidingstekens versierden deze haardracht, maar toch werd men zich bij de eerste blik bewust dat deze nog jonge man een opperhoofd, een beroemd krijger moest zijn. De trekken van zijn ernstig, mannelijk en schoon gelaat konden Romeins genoemd worden; de jukbeenderen staken nauwelijks naar voren; de lippen van het volkomen baardeloos gezicht waren vol en toch fijngevormd, en de huidskleur toonde een mat lichtbruin met een lichte bronstint. Met één woord, het was Winnetou, het Opperhoofd der Apachen, mijn bloedsbroeder!”

De kans is groot dat deze introductie van Winnetou menigeen plotseling een ogenblik terugvoert naar zijn verloren jeugdland en die belangrijke hoek daarin gereserveerd voor de jeugdhelden Old Shatterhand en Winnetou, Kara-Ben-Nemsi en Halef. Zijn er eenmaal die herinneringen, dan kan men onmogelijk met koele objectiviteit over de schepper van deze helden, Karl May, oordelen. „Het zich bezighouden met Karl May is geen normale studie, maar een hartstocht, een bezeten zijn door de eerste sterke boekindruk uit de puberteitsjaren, een complex naar de opvatting van Freud: „Het K.M.-complex. Met dit oordeel van R. Frank 2 moet men het wel eens zijn. Karl May hoort tot de schrijvers uit de jeugdjaren die ons doen beseffen dat we nu nooit meer met dezelfde overgave van toen kunnen lezen.
Waar zijn nu de boeken, zoals Winnetou’s Dood, waarvan we het lezen met angstige beklemming zo lang mogelijk uitstelden, omdat de gedachte aan de dood van Winnetou eenvoudigweg niet was te verdragen? We spreken nu wel over onze ontroering bij een of ander boek, waarin we „zo helemaal geloofden”, maar zo heel echt geloven we er tenslotte niet in, omdat we daarvoor te vast in onze eigen werkelijkheid staan. Ten hoogste weerspiegelt of verheldert het boek van nu onze realiteit, maar die geheel opheffen, zoals vroeger bij Karl May, dat gebeurt niet meer.



Karl May

Daarom kunnen we ook nu, trouw blijvend aan de oude herinnering, niet lachen om het pathos van Old Shatterhand, die Winnetou terughoudt van zijn massawraak op alle blanken wanneer een blanke misdadiger zijn vader Intshu-Tshuna en zijn liefelijke zuster Nsho Tsi heeft vermoord: „Halt! ......, viel ik hem huiverend in de rede, want ik wist dat het hem onverbiddelijke ernst zou zijn met deze eed. Halt! Mijn broeder Winnetou moet nu niet zweren, nu niet.” Dat zijn nu eens vrienden! Want wat zegt Winnetou over Old Shatterhand. „Uw ogen zijn goede ogen en in uw trekken woont geen oneerlijkheid. Winnetou gelooft in u.” En natuurlijk zijn deze helden niet te verslaan: „Schoten kraakten, lansen suisden, pijlen snorden en messen blonken ... Voor alle Apachen uit was er één met een geweldige stoot door het front der Comanchen heengedrongen. In de linkerhand hield hij een revolver, in de rechter de hoog opgeheven tomahawk. Hij droeg geen kentekenen in zijn haar; zijn gelaat was niet beschilderd ....: Winnetou!” Onverdraaglijk is dan tenslotte het einde: „Laat ons afscheid nemen, mijn beste, beste Sharlih”, en het is maar een schrale troost dat de stervende Winnetou door zijn blanke broeder net op tijd tot het Christendom is bekeerd: „Sharlih, ik geloof aan de Heiland. Winnetou is een Christen. Vaarwel!”

OOK in het atoomtijdperk, nu beeldromans en populaire jongenslectuur de jonge lezers vertrouwd hebben gemaakt met de strijd tussen de planeten, wordt Karl May nog altijd gelezen, meer misschien dan men wel zou denken. Nog steeds verschijnen bij H.J.W. Becht 3 herdrukken van de bekendste avonturen van Old Shatterhand en Kara-Ben-Nemsi. Aan de totale oplage van 12 millioen delen van May’s 65 4 boeken – waarvan er eigenlijk maar zeven echt voor de jeugd waren bestemd – zullen in de loop der jaren nog wel enkele millioenen worden toegevoegd. Waarom dit zo is, zal iedere oude lezer van Karl May duidelijk zijn. Aan May’s aantrekkingskracht is nu zelfs in ons land een heel boek gewijd, het onlangs bij de drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis te Tilburg verschenen O l d  S h a t t e r h a n d, De Boodschap van Karl May, de idealist uit het Avondland, waarin de schrijver Drs. F. C. de Rooy 5 May een volksauteur noemt, maar dan precies zoals ook Homerus 6 een volksdichter was.
De heer De Rooy merkt op, dat Karl May met Homerus de „paarlenkettingcompositie” gemeen heeft, dat is „de aaneenschakeling van avonturen welke de naïeve volksziel aanspreken. Tegenover de nog rauwe Griekse levensopvattingen staat bij May de primitieve Christelijke volksmoraal: bestraffing van het kwade, beloning van het goede. May’s werk vertoont de typische kentekenen van de volkskunst: „mystiek-religieuze sfeer, ontbreken van het tragische en psychologische, strijd tussen goed en kwaad, formule-achtige opbouw en verwerking van steeds weer terugkerende motieven.” Zijn strijdverhalen dragen daarom eigenlijk het karakter van sagen en legenden.


De kamer van de conservator van het Letterkundig Museum in Den Haag.

Old Shatterhand is ook de Superman 7 van de 19e eeuw, de held die een vijand met één vuistslag neer kan slaan; de beroemde prairiejager, de vriend der Indianen en vijand van alle onrecht. Deze wereld zonder moeilijke complicaties wordt ook verder op vertrouwenwekkende wijze verlevendigd door bijfiguren die komische ontspanning bieden, Sam Hawkens, of de echt Engelse Sir David Lindsay, of met schavuiten als Old Surehand die later echter tot inkeer komt 8 en Old Wabble 9, die tot het laatste toe verstokt blijft in de misdaad – en dan ook heel ellendig aan zijn eind komt. Maar voor alles is het een wereld van noblesse waar ridderlijkheid, eerlijkheid en flinkheid de grootste deugden zijn, en – daarin kunnen we ons niet vergissen – het is een minder stupide wereld, dan die waarin we met Superman binnendringen.

DRS. DE ROOY is een groot vriend, van Karl May. Hij richt zich tegen oppervlakkige beoordelingen van sommige paedagogen, die May’s werk bij de smaakbedervende prikkellectuur willen indelen, en stelt daartegenover tal van uitspraken van gezaghebbende lezers, die May hoog aanslaan, zoals de Nobelprijswinnaar Herman Hesse 10, die over May schreef: „Hij is de schitterendste vertegenwoordiger van een soort literatuur die tot de alleroorspronkelijkste behoort en „literatuur als wensvervulling” genoemd zou kunnen worden.” De heer De Rooy gaat echter in zijn sympathieke boek, dat heel wat materiaal over leven en werk van Karl May bevat, te ver en tegelijk niet ver genoeg. Hij maakt May een te brave figuur, verdedigt hem tegen de vaak unfaire aanvallen die de laatste jaren van zijn leven gedeeltelijk hebben verknoeid, maar onderscheidt onvoldoende tussen wat er echt en vals was in Karl May’s eigen versie van zijn verleden, Daardoor werpt hij te weinig licht op wat essentieel is in het hele oeuvre van May: het element van wensvervulling dat zijn eigen werk voor hem vertegenwoordigde.
Wij kunnen ons niet meer herinneren wanneer we voor het eerst hoorden, dat Karl May al zijn boeken in de gevangenis zou hebben geschreven, nooit in de Verenigde, Staten of in het Naburige Oosten zou zijn geweest. Aan de bewondering voor May hebben deze onthullende feiten, meestal met een zeker leedvermaak meegedeeld, nooit afbreuk gedaan. Vast staat dat May, die in 1842 in een arm gezin geboren werd – in 1912 is hij overleden –, verscheidene malen wegens oplichting in de gevangenis heeft gezeten. Gedurende de laatste periode, van 1870 tot 1874, is hij aan het schrijven geslagen. Het tragische in May’s leven is niet zozeer dat „zwarte begin”, waarvoor hij heeft geboet, maar zijn bijna pathologische pogingen om deze misdaden eerst te verbergen en toen dit niet meer mogelijk bleek, te verdoezelen. Zijn schaamte over deze misstappen was zo groot, dat van 1898 af, nadat voor het eerst deze gevangenisstraffen tegen hem waren uitgespeeld, zijn leven geleidelijk aan werd verwoest.

EEN WENSVERVULLING, zo kan men zijn schepping kenschetsen van de onkreukbare, ridderlijke, dappere Old Shatterhand en Kara-Ben-Nemsi, met hun goede trouwe vrienden die zo in hen geloofden. In de loop der jaren, na zijn eerste geweldige successen, vereenzelvigde hij zich meer en meer met deze ik-figuren. De geleidelijk aan opgebouwde legende werd op den duur ook voor hem zelf waarheid. Hij ging, zelfs zo ver, dat hij foto’s liet maken om zijn aanwezigheid in die vreemde landen te bewijzen, toen hij in werkelijkheid in de gevangenis zat. Meer dan twintig keer zou hij in Amerika zijn geweest.
Drs. De Rooy wil als kampioen van May vergoelijkend aannemen, dat hij er in zijn jonge jaren misschien een- of tweemaal is geweest. Dat is nog maar de vraag. Maar ook hij schijnt niet in te zien, dat Old Shatterhand vermoedelijk zijn bestaan dankt aan de door het duistere verleden van de auteur gewekte spanningen – juist dus aan het feit, dat May n i e t in Amerika was geweest –, aan de gevangenistijd, die het voor May noodzakelijk maakten in de verbeelding voor zichzelf een waardig nieuw leven te bouwen, met alle kansen, met alle vriendschap, al het vertrouwen alle ruiterlijke eerlijkheid, die de echte May van de beschamende werkelijkheid had gemist. Dit te weten, geeft Karl May een meelijwekkende zieligheid, maar maakt Old Shatterhand, de man die hij had willen zijn, niet minder de onaantastbare held van onze jongensjaren.


  [1]In: Nieuwe Rotterdamsche Courant, 24 december 1955.
  [2](Mij) onbekend Karl May-onderzoeker.
  [3]Herman Johan Wilhelm Becht (* 25 maart 1862 , † 26 februari 1922) was aanvankelijk handelsreiziger voor Van Holkema & Warendorf, maar al in 1892 vestigde hij zijn eigen uitgeverij in Amsterdam. In het logo van de uitgeverij stonden de initialen H.J.W.B. voor de zinsnede „Hebt In Werken Bevrediging”. In 1986 werd de uitgeverij overgenomen door Johannes Hendricus Gottmer (* 1902 , † 1974: Gottmer Uitgevers Groep) in Haarlem; de boeken van Becht verschijnen echter nog steeds onder hun eigen naam.
  [4]In 1955 bestond de Gesammelte Werke-serie inderdaad nog uit „slechts” 65 delen. In 1958, drie jaar na dit artikel, verscheen deel 66. Inmiddels (2025) bestaat de serie uit 97 delen.
  [5]Dr. F. C. de Rooy (voluit: dr. Ferdinand Carel de Rooy, * 9 juni 1919 , † 4 maart 1998) was in het dagelijks leven leraar Frans te Zwolle, later Rijswijk/Z.H. en in zijn vrije tijd dé Karl May-kenner van Nederland. Van zijn hand is o.a. het boekje „Old Shatterhand - Kara Ben-Nemsi - ook voor U! De boodschap van Karl May, de idealist uit het Avondland” (Tilburg: Drukkerij van het R.K. Jongensweeshuis, 1955) en hij redigeerde en gaf in de jaren 1962-1967 de 50 bekende Karl May-pockets bij Uitgeverij Het Spectrum uit.
  [6]Homerus (Grieks Ὅμηρος, * ± 850/800 v.C. (?) , † ± 800/750 v.C. (?)) was de bekendste Griekse dichter, zelfs van de hele wereldliteratuur, aan wie twee epen, de „Ilias” en de „Odyssee”, en enkele kleinere werken worden toegeschreven.
  [7]Superman, ook wel ‘De Man van Staal’ genoemd, met als alter ego Clark Kent, is een superheld die werd bedacht door de Amerikaanse striptekenaars Jerry Siegel (eigenlijk Jerome Siegel, * 17 oktober 1914 , † 28 januari 1996) en Joe Shuster (eigenlijk Joseph Shuster, * 10 juli 1914 , † 30 juli 1992) en in 1938 voor het eerst zijn opwachting maakte in de Amerikaanse Action Comics #1. Hij is als stripfiguur de eerste superheld die bovenmenselijke krachten bezit.
  [8]Old Surehand is helemaal geen schavuit die tot inkeer komt.
  [9]Old Wabble is juist wél een schavuit die inderdaad lang blijft volharden, maar vlak voor zijn dood dan toch tot inkeer komt.
[10]Hermann Hesse (voluit: Hermann Karl Hesse, * 2 juli 1877 , † 9 augustus 1962) was een Zwitsers, Duitstalig schrijver, dichter en schilder. Zijn bekendste werken zijn „Peter Camenzind”, „Siddharta. Eine indische Dichtung”, „Der Steppenwolf”, „Narziß und Goldmund” Voor zijn literaire werk ontving hij in 1946 de Nobelprijs voor Literatuur.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website