DE na-oorlogse jaren hebben een golf van speciale misdadigheid meegebracht, zoals dat na elke maatschappelijke ontwrichting altijd gebeurd is. Het ligt voor de hand: als men eerst de hele samenleving op zijn kop zet en van staatswege allerlei praktijken gaat toepassen die volgens ethische maatstaf eigenlijk niet door de beugel kunnen, zal menigeen het met de persoonlijke moraal ook niet zo nauw nemen. Nog afgezien van de noodtoestanden op ieder gebied die achterblijven wanneer de geschiedenis als een vloedgolf over een volk spoelt, waardoor de criminaliteit min of meer wordt uitgelokt. Men herinnert zich nog wel de film van Carol Reed2en Graham Greene3: The Third Man, die kan gelden als een soort klinische analyse hoe, gegeven een bepaalde situatie en bepaalde ontwortelde individuen, misdaad als het ware zelf ontstaat. Er schuilt achter dergelijke criminele golven een soort droevige noodzakelijkheid; wie eenmaal het geweld ontketent, verwekt tegelijk een kettingreactie, het geweld plant zich voort, juist door d« zwaksten, de meest onbeschermden der samenleving. Dat zijn de kinderen gebleken, althans wat men technisch als kinderen kan aanduiden, want in hun gedragsvormen zijn ze soms allerminst kinderlijk.
Oorlog beïnvloedt normale aanleg
Wij hebben dit ook in Nederland meegemaakt, hoewel in mildere vorm; raadselachtige uitbarstingen van vernielzucht, veel joy-riding en een enkel zeer droevig geval van ernstige misdaad. Wie van tijd tot tijd weleens een buitenlandse krant leest, beseft dat wij er nog tamelijk genadig zijn afgekomen; ook als men rekening houdt met de sterk gekleurde sensatie van sommige buitenlandse bladen, vindt men stof genoeg voor diep-ellendige beschouwingen in de geconstateerde misdaden van jongens en meisjes van 13 tot 18 jaar.
Er heeft zich naar aanleiding van deze jeugdcriminaliteit een soort algemene opinie gevormd, die deze feiten in direct verband brengt met de na de oorlog op enorme schaal gelezen beeldverhalen en horror-comics. Van de zijde van de rechterlijke macht, met name in Amerika, Engeland en Duitsland, is nog al eens ondubbelzinnig te verstaan gegeven dat deze vunze boekjes de naaste oorzaak zouden zijn van jeugdmisdadigheid. Dit lijkt mij onjuist. Waarmee ik die boekjes niet voor onschuldig wil verklaren. Het doorkijken, zelfs van een gekuiste bloemlezing van wat op dit terrein gepresteerd is, maakt een normaal mens binnen een paar minuten letterlijk onpasselijk. Maar juist deze felle reactie van ieder normaal mens maakt het onwaarschijnlijk dat gezond denkende kinderen door deze boekjes in hun gedrag ernstig beïnvloed zouden zijn.
Meer vatbaar
Natuurlijk zijn kinderen meer vatbaar voor indrukken, en de boekjes — waartegen zich de publieke opinie van verschillende landen, de laatste jaren overigens doeltreffend, heeft verzet — zijn onweerlegbaar vergif voor elke jeugdige fantasie. Maar het zijn meer symptomen van een uiterst ongezonde belangstelling in misdadige en sadistische praktijken, dan oorzaken van werkelijke misdadigheid.
Beide, de belangstelling en de misdadigheid, komen uit dezelfde bron, zij begeleiden en versterken elkaar. De jeugdige misdadiger zal ook zonder hulp van een beeldverhaal tot wetsovertreding komen, maar misschien brengt het verhaal hem op de idee van de manier waarop. De verspreiding van deze misdaad-romantiek is alleen mogelijk op basis van een meer dan normale belangstelling in de misdaad als misdaad. En dat is een uitermate veeg teken, want tot heden toe gold het als vaste regel dat in de wijdverspreide literatuur over de misdaad althans een minimum aan moraliteit aanwezig was. Hierin is blijkens de Amerikaanse misdaad-beeldromans een verandering gekomen; de geestelijke ontwrichting is blijkbaar zo ver gevorderd, dat de jeugdige fantasie zich verlustigt aan onversneden criminaliteit in de meest weerzinwekkende vormen. Dit houdt echter in, dat die ontwrichting er was vóórdat gewetenloze lieden die commercieel gingen exploiteren met hun rioolboekjes. Als begeleidingsverschijnsel registreren de horror-comics zeer nauwkeurig de graad van maatschappelijke en geestelijke ontbinding waarin een deel van de naoorlogse jeugd is opgevoed, maar ze zijn niet do oorzaak van die ontbinding; de oorzaak ligt elders, in de vormloosheid van het hedendaagse wereldbeeld wel voornamelijk, dat de jeugdige niet alleen geen bescherming biedt, maar hem zelfs elk houvast ontneemt. De volwassene trouwens evenmin, maar die wordt eerder geremd door legale en maatschappelijke sancties.
Het verband tussen jeugdliteratuur en misdaad is overigens allerminst iets nieuws. De boeken van Karl May, van Paul dlvoi, 4 om een paar oude werken te noemen, zijn bijna altijd gebouwd op intrige waarin de misdaad een grote rol speelt. De ene keer is het wederrechtelijk toeëigening van verborgen schatten, dan weer paardendiefstal, spionage of geweldpleging; elk klassiek jongensboek kent zijn schurken, die niet alleen inbreuk maken op de wet, maar ook op de erecode welke onder jongens geldt. (In dit verband valt het op dat stropers en smokkelaars in deze boeken zelden als schurken optreden, en soms zelfs een bescheiden heldenrol krijgen toebedeeld: blijkbaar zondigen zij niet tegen de code.) Maar in al deze gevallen waren de misdadigers ook inderdaad schurken, en werden hun criminele praktijken alleen maar breed uitgemeten om de schittering van de heldenrol des te beter te doen uitkomen.
Want de ware proef voor een held is zijn zegevierende ontmoeting met de slecht-aardige medemensen. Natuurlijk mag een held gerust van tijd tot tijd kinderen of jonge vrouwen redden uit brandende huizen of kolkende stromen, maar deze strijd tegen de elementen is tenslotte maar bijwerk. De echte vijand van de ideale held is de dief, de rover, de moordenaar; pas wanneer deze door list, kracht en dapperheid overwonnen zijn, heeft de held — en daarmee de jonge lezer, die immers al lezende de held geworden is — het recht zich op de borst te slaan.
Gezond beginsel
Tegen de levensechtheid van dit soort vrehalen valt bezwaar te maken, waarbij overigens nog te betwijfelen valt of dit bezwaar zo groot is. Avonturenverhalen zijn nu eenmaal niet bedoeld als leerschool voor ambacht of kantoor, maar als voedsel voor de verbeelding. In ieder geval gaan deze boeken van het gezonde beginsel uit dat de slechtheid in de wereld bestreden moet worden, en dat het een moedige en goede zaak is die strijd te ondernemen. In deze zin is er geen enkele reden om uit het klassiek jongensboek de misdaad te verwijderen. Zij hoort volkomen thuis in de wereld van fel tegenover elkaar staand goed en kwaad, waarin de jeugdige leeft. Hoe zou de heldenmaat bereikt kunnen worden, als er geen strijd te leveren valt met ongure individuen?
Tenzij men natuurlijk zo ver gaat als de fanatieke dame uit Wisconsin. Het verhaal is waar en speelt in de tijd toen senator MacCarthy 5in Amerika te keer ging. Deze dame maakte bezwaar tegen de aanwezigheid van Robin Hood in de schoolbibliotheken, want Robin Hood 6 had het aan de stok met de sheriff van Nottingham, dat wil zeggen: de vertegenwoordiger van het wettig gezag: dus was Robin Hood een revolutionair en eigenlijk een communist, al bestond het woord nog niet in die tijd. Dit is wel een uiterste van belachelijkheid, ofschoon de zaak destijds in alle rust behandeld is. Maar in zogenaamd pedagogische kringen treft men toch wel vaker de neiging aan om slechte daden en slechte mensen uit jeugdliteratuur te verwijderen; in een overmatige bezorgdheid voor de groene fantasie zouden deze lieden de wereld van het jongensboek het liefst bevolken met edele zielen en de heldhaftigheid van de jonge hoofdpersoon beperken tot vroeg opstaan en vlijtig leren. Ik geloof dat zij daarmee een gezonde hang naar avontuur en moed over het hoofd zien. De misdaad heeft in het jongensboek, wel degelijk een plaats, niet om zichzelfs wille, maar om de held de kansen te geven die hij nodig heeft.
Sir Carol Reed (*30 december 1906, 25 april 1976) was een Engels filmregisseur en-producer, wiens bekendste films Odd Man Out, The Fallen Idol, The Third Man, Our Man in Havana en Oliver! zijn; voor die laatste film ontving hij de Academy Award (Oscar) als beste regisseur.
Graham Greene (voluit: Henry Graham Greene OM CH, * 2 oktober 1904, 3 april 1991) was een Engels schrijver en journalist, die door velen beschouwd wordt als een van de belangrijkste romanschrijvers van de twintigste eeuw. Zijn bekendste romans zijn o.a. Stamboul Train (in de Verenigde Staten Orient Express), Brighton Rock, The Power and the Glory, The Third Man, The Quiet American, Our Man in Havana en The Tenth Man.
Paul dIvoi (pseudoniem van Paul Charles Philippe Éric Deleutre, * 25 oktober 1856 , 6 september 1915) was een Franse schrijver wiens boeken sterk zijn geïnspireerd door Jules Verne (* 8 februari 1828 , 24 maart 1905). Van alle navolgers van Jules Verne was Paul dIvoi het meest succesvol, waarschijnlijk doordat in zijn boeken de nadruk op het avontuurlijke element lag. Zijn doorbraak kwam in 1894 met de roman Les Cinq Sous de Lavarède, in het Nederlands vertaald als Met een kwartje de wereld rond. Het zou het eerste deel van een serie van 21 boeken, Les Voyages Excentriques, worden. In Nederland werden dIvois boeken vertaald, maar wel ingekort en aan een jeugdig lezerspubliek aangepast. Buiten deze serie schreef hij nog veel meer, zoals enkele romans over Napoleon (La Mort de lAigle : 1814 en Les Cinquantes : 1815 (beide onder het pseudoniem Paul Éric; verder o.a. Passion marseillaise, Lile dOr, Waterloo, Le diable du Schah en Les Trois demoiselles pickpocket.
Joseph McCarthy (voluit: Joseph Raymond MacCarthy, 14 november 1908, 2 mei 1957) was van 1947 tot 1957 een Amerikaans senator uit Wisconsin namens de Republikeinen; hij werd berucht door zijn heksenjacht op – al dan niet vermeende – communisten tijdens de begindagen van de Koude Oorlog.
Robin Hood is een Engelse volksheld uit een reeks oude balladen en legenden, die in de dertiende of veertiende eeuw samen met een groep vrijbuiters, de Merry Men in Sherwood Forest bij Nottingham gehuisd zou hebben. Volgens de verhalen zou hij van de rijken gestolen hebben en zijn buit vervolgens onder de armen verdeeld.
Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.
Terug naar de Karl May-startpagina.
Terug naar de Apriana-startpagina.