De strenge, hoge paedagogen —
wier argusogen véél vermogen —
betogen zonder mededogen —
dat er een Kruistocht moet geschieden —
om beeldromans hier te verbieden. —
En ieder hunner speelt reeds thans —
met t Zwaard tegen de Beeldromans.
Zij zeggen (is het te weerleggen?) —
dat beeldromans de jeugd diep treffen. —
En dat de misdaad aan terrein wint —
omdat de Jeugd zon móórdmoord fijn vindt. —
Die beeldromans, vol realisme, —
bevorderen slechts het sadisme. —
Dus klinkt van Zierikzee tot Zandvoort —
en klinkt door gans ons lieve land voort:
t Is Paedagogisch niet verantwoord.
Maar, opvoeders, die het kunt weten —
zijt Gij uw eigen jeugd vergeten ? —
Men doodde in uw kindertijd Roodkapje met niet minder vlijt. —
De boze wolf verslond zelfs Oma —
als loempia-met-soep-aroma. —
Vervolgens kwam een ferme jager —
die handig, als bekwame slager —
op wólvenbuik zijn jachtmes richtte —
en sectie op dat lijk verrichtte. —
En dan klein duimpje! kom, weest logisch. —
Is dát zo uiterst paedagogisch ? —
Wanneer dat heden zou geschieden —
zou de courant als headline bieden:
Wanhopig houthakker (gekweld)
geen steun, geen overbruggingsgeld,
brengt zeven kinderen naar t woud,
waar hij hen stil verborgen houdt.
Een reus, nerveus,
Met scherpe neus,
Schreeuwt luid en hees
k Ruik mensenvlees !
En slaat in draf,
(Nu staat u paf)
Zijn eigen kroost
De hoofden af.
Ach, altijd is het 't zelfde liedje. —
Want denkt u maar aan Hans en Grietje. —
Bejaarde Dame
Wenst bezoek thuis,
En nodigt kindren
In haar koek-huis.
Teneinde die
Vol sympathie
Te sudderen
Au bain Marie.
Ach, ach, zon dame, in een koek-huis ...
hoort dát nou in een kinderboek thuis ? —
Ja, Doctor-Paedagoog, daar zit-je ! —
En denk eens aan t geval-Sneeuwwitje !
Dat meisje klein en rein en lief —
belaagd door wrede moeder (stief). —
t Was geen geval van dood-door-schuld. —
O, neen ! De waarheid dient onthuld. —
t Was moord met voorbedachten rade. —
Een appel met vergif, een kwade ! —
Die appel, ach ! ja, die beduidt —
in dubble zin verboden fruit —
Want deze stiefmoeder was niet —
deskundig op het fruitgebied. —
Zij was géén lid, ten volle uit —
van het Bedrijfschap Groenten en Fruit ...
Stemt Piet de smeerpoets u uitbundig ? —
Is dát bij uitstek opvoedkundig ?
Paulientje ziet men levend branden —
en n knaapje, zwart aan nagelranden —
laat men (vanwege deze randen) —
daar in een zéé van bloed belanden.
En later toen k een jaar of tien was —
een ander boek wel zéér gezien was. —
Vergun mij, dat ik even zinspeel —
op Fulco, bijgenaamd de Minstreel.
Daar was die wrede Graaf van Vianen,
die bracht het kinderoog tot tranen —
want ach! zijn houding was niet fijn —
bij Jonkvrouwe van IJsselstein —
Hij hield een loterij, om t leven —
(het kinderhart begon te beven) —
ja, ik werd bleek en smalletjes — hij bracht twéé soorten balletjes —
a) zwarte, die ten dode leidden,
b) witte, met recht op bevrijden …
Wij sidderden bij de gedachte —
dat onze Jonkvrouw, de geachte —
het zwarte balletje zou trekken —
en dan de beul tot prooi zou strekken ...
het kind werd sidderaar en riller ...
en tegenwoordig heet dat Thriller ... !
Houdt mij ten goede, paedagogen ! —
Ik heb waardering voor uw pogen —
maar tóch, wanneer ik aan Karl May denk —
en aan der kindren wel-en-wee denk —
dan is de Gif-Pijl thans vervangen —
door Sten-Gun (niet naar uw verlangen). —
Revolvers, die daar dreigend komen —
mitsgaders splitsing der atomen. —
Wat n jongenshart (helaas) steeds wón !
Er is niets nieuws onder de zon !