Twaalf jaar Hitler

Perschef DIETRICH haalt herinneringen op


anoniem (C. T. de Jong) 1


Over de twaalf jaren van Hitlers dictatuur verschenen zojuist de posthume herinneringen van een man, die hem al die tijd vrijwel dagelijks van nabij zag, van de in 1952 gestorven „Rijksperschef” Otto Dietrich 1). 2
Het boek zou als ondertitel eigenlijk moeten dragen: „de geschiedenis van een desillusie”. Er is namelijk in de toon wel heel wat veranderd sedert Dietrich’s vroegere boeken als „Mit Hitler in die Macht” (1934). Toen een critiekloze verheerlijking van de Führer, nu één voortdurende aanklacht tegen een man, zonder begenadigde kracht en zonder morele grootheid. Interessant wordt dan ook eerst het tweede deel van het boe, „Bilder aus dem Leben Hitlers”, waarin Dietrich enkele zo niet geheel onbekende, dan toch treffende details vertelt.

Wij lezen hoe Hitler’s redevoeringen ontstonden uit wekenlange monologen met medewerkers, van hoog tot laag. Dat Hitler verzot op spreken was, is bekend: zijn „Tischgespräche” zijn er het sprekendst bewijs van. Niemand anders kwam daarbij aan het woord, tenzij voor een bewonderende uitroep of een onderdanige vraag. Slechts eenmaal lukte het een buitenlander om Hitler te onderbreken, nl. de stokoude en dove Noorse schrijver Knut Hamsun 3. Hamsun beklaagde zich over het optreden van het Duitse burgerlijke bestuur in Noorwegen en nog dagenlang was Hitler ontstemd over deze regiefout. Lezen deed de Führer, volgens Dietrich, veel, mits het op het technisch terrein lag. Elke andere vorm van litteratuur was hem vreemd, afgezien dan van Karl May.
Een nieuw gezichtspunt is het door Dietrich vermelde feit, dat Hitler vóór de machtsovername niet zozeer financieel door de Duitse zware industrie werd gesteund als men wel eens meende. Tijdens de kiescampagne in Lippe, in December 1932, moest Hitler nog letterlijk het geld bij elkaar schrapen. Zijn verblijf in het dure hotel Kaiserhof te Berlijn werd vaak gefinancierd uit interviews aan Amerikaanse bladen.
Tenslotte weet Dietrich over Hitler’s verhouding tot de monarchie een aantal interessante punten te vertellen. Nog in 1932 zou Hitler het voornemen hebben gehad om Prins Alexander 4, de toen 16-jarige zoon van de SA-man August Wilhelm von Hohenzollern 5, „Auwi” voor de intimi, tot Duits Keizer te maken. Na de machtsovername werd van dit plan niet meer gerept. Hitler raakte steeds geprikkelder teeen adel en monarchie en diepe afkeer wekte bij hem een ontmoeting met ex-Keizerin Hermine 6, waarbij door de aanwezige dames de voorgeschreven hofbuiging werd gemaakt. De enige vorst, die sindsdien in Hitler’s ogen. genade kon vinden, was Koning Boris van Bulgarije 7. De tijding van diens raadselachtige dood trof hem diep. Deze en dergelijke details zijn voor toekomstige Hitler-biografen ongetwijfeld nuttig.

1) Otto Dietrich: 12 Jahre mit Hitler. Isar Verlag, München 1955.


[1]In: Amigoe di Curaçao : weekblad voor de Curaçaosche eilanden, 19 april 1955. Op 9 april van dat jaar was hetzelfde artikel met dezelfde titel ook al verschenen in De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad. In tegenstelling tot Amigoe di Curaçao, waar het artikel zonder vermelding van de auterusnaam werd gepubliceerd, vermeldt De Tijd wél de naam van de auteur: C. T. de Jong.
[2]Otto Dietrich (voluit: Jacob Otto Dietrich, * 31 augustus 1897, † 22 november 1952) was Rijksperschef van de NSDAP, SS-Obergruppenführer en staatssecretaris in het Reichsministerium für Volksaufklärung und Propaganda.
[3]Knut Hamsun (pseudoniem van Knud Pedersen, * 4 augustus 1859 , † 19 februari 1952) was een Noors schrijver, die in 1920 de Nobelprijs voor de Literatuur won voor zijn roman „Markens Grøde” (=„Hoe het groeide”).
[4]Alexander Ferdinand von Preußen (voluit: Alexander Ferdinand Albrecht Achilles Wilhelm Josef Viktor Karl Feodor von Preußen (* 26 december 1912, † 12 juni 1985) was een zoon van August Wilhelm von Hohenzollern en dus kleinzoon van keizer Wilhelm II. In 1932 was hij 20 jaar oud, geen 16.
[5]August Wilhelm von Hohenzollern (voluit: August Wilhelm Heinrich Günther Viktor von Preußen, bijgenaamd „Auwi”, * 29 januari 1887, † 25 maart 1949) was de vierde zoon van keizer Wilhelm II. In het interbellum werd hij lid van Stahlhelm, Bund der Frontsoldaten, een vereniging van veteranen uit de Eerste Wereldoorlog en – tot ongenoegen van zijn familie – 1930 van de NSDAP. Hij werd aanvankelijk het mikpunt van spot in de linksgeoriënteerde pers, waar hij „Braunhemdchen Auwi”, werd genoemd, maar door de nazi’s werd August Wilhelm ingezet als stemmentrekker. Hij werd lid van de Rijksdag en voorman bij de SA. In 1942 viel hij – na enkele kritische uitlatingen over Joseph Goebbels – echter in ongenade en hem werd een spreekverbod opgelegd.
[6]Hermine, Prinzessin Reuß ältere Linie, verwitwete Hermine von Schoenaich-Carolath (* 17 december 1887, † 7 augustus 1947) was sinds 5 november 1922 de tweede echtgenote van ex-keizer Wilhelm II.; zij is dus nooit keizerin geweest, hoewel aanhangers van de monarchie van de Hohenzollern haar Kaiserin Hermine bleven noemen.
[7]Boris (voluit: Boris Clemens Robert Maria Pius Lodewijk Stanislaus Xavier, Bulgaars: Борис Клемент Роберт Мария Пий Станислав Сакскобургготски, * 30 januari 1894, † 28 augustus 1943) was van 1918 tot 1943 tsaar van het Koninkrijk Bulgarije.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website