Karl May, de schrijver en de fantast. |
De oude man stond plotseling voor een leeg leven. Kennissen, die zich gisteren nog vereerd hadden gevoeld, wanneer zij een paar woorden met hem mochten wisselen, liepen vandaag in een grote boog om hem heen. Een familie, die hem voor het avondeten had uitgenodigd, stuurde een der kinderen naar hem toe met een briefje, waarin hij las, dat men
wegens onvoorziene omstandigheden de uitnodiging moest intrekken. Zelfs
de eigenaar van het kleine Griekse huisje, dat hij bewoonde, kwam hem zonder voorafgaande waarschuwing de huur opzeggen. Alles was afgelopen – zijn leven scheen voorgoed te zijn vernietigd. |
In Berlijn had men het hele trieste geval haarfijn uitgezocht. Er bestaat helemaal geen Old Shatterhand, had de krant triomfantelijk geschreven, noch een Kara Ben Nemsi of een Hadschi Halef Omar. De meeste van zijn boeken heeft de schrijver van
Reisverhalen Karl May in de gevangenis bij elkaar gefantaseerd en de landen, waarvan hij vertelt, heeft hij nooit gezien. Karl May is een bedrieger en het wordt hoog tijd om deze volksmisleider het schrijven te verbieden.
Artikelen met een dergelijke strekking werden eerst in een, dan in vijf en tenslotte in alle Duitse kranten opgenomen. De kwestie Karl May, een opzienbarende literaire lastercampagne uit de jaren rond 1900, was begonnen.
Het gelijk was voor een groot deel bij de kranten. Karl May was inderdaad nooit in Amerika, Afrika of het Midden-Oosten geweest. Al zijn romanfiguren waren in zijn verbeelding ontstaan, al zijn verhalen had hij verzonnen.
Ook in een ander opzicht hadden de kranten niet overdreven: Karl May was meermalen tot gevangenisstraffen veroordeeld wegens diefstal en oplichting, hij was een oneervol ontslagen leraar, hij had gelogen en vervalsingen gepleegd en kon dus weinig tegen deze
beschuldigingen inbrengen.
Dat hij desondanks geen volksmisleider mocht worden genoemd, dat hij niettemin het recht had de mensen in zijn boeken het goede te laten doen en het edele te laten verdedigen, staat boven elke twijfel verheven, als men zijn levensgeschiedenis kent. Hij was een man, die een verbeten gevecht tegen zichzelf heeft geleverd, tot hij op hoge leeftijd stierf.
Levendige jongensfantasie
Karl May werd geboren in het armoedige textielstadje Ernstthal in het Ertsgebergte. Zijn ouderlijk huis was naargeestig, klein en kaal, zoals alle huizen van de plaats. Twaalf kinderen 3
zagen er het levenslicht, negen van hen stierven in de eerste jaren na hun geboorte. Zijn vader was een dronkaard en nietsnut, zijn moeder verdiende met wassen en uit werken te gaan de schrale kost voor het gezin. In die grauwe en lichtloze omgeving droomde de jongen van een vrolijker en betere toekomst. Hij verslond alle avonturenboeken, die hij maar te pakken kon krijgen, en zij waren hem een gevaarlijke wegwijzer. Het waren verzinsels,
grotendeels zelfs slechte verzinsels, maar voor de jonge Karl May werden zij een nieuwe vorm van de werkelijkheid.
Uit deze vermenging van schone schijn en sombere werkelijkheid groeide een groot gevaar. Bezeten door de wens de wereld van zijn dromen te veroveren, deed hij zijn eerste schreden
in de realiteit van alledag en struikelde. Op de kweekschool en later als hulponderwijzer in het Saksische industriegebied pleegde hij verscheidene diefstallen en moest deze met zes weken gevangenisstraf boeten. Vrijgekomen stal hij verder: bontmantels, biljartballen en paarden. Hij gaf zich uit voor arts, officier en baron, maakte zich overal waar hij kwam aan bedriegerijen schuldig en belandde uiteindelijk weer in de gevangenis 4.
Vier jaar bracht hij in de strafinrichting Waldheim door, vier jaar lang had hij de gelegenheid achter de muren van zijn kerker de werkelijkheid te vergelijken met het verwrongen beeld, dat hij ervan had gemaakt. In de beslotenheid van zijn cel vond hij eindelijk de zin van het leven.
Niemand weet, wat er toen in Karl May is omgegaan. Geen artikel over hem rept over de zware zielestrijd, die hij heeft gevoerd, maar één ding staat vast: de Karl May, voor wie na beëindiging van zijn straftijd de deuren van de gevangenis werden geopend, was een heel ander mens geworden: een ernstige, in zichzelf gekeerde man, die het vaste besluit had genomen niet meer in zijn oude fouten te vervallen.
Het middel, dat hem daarbij zou helpen, was het woord. In de gevangenis had hij zich op schrijven toegelegd en na zijn ontslag uit Waldheim werden zijn eerste verhalen in kleine
familiebladen opgenomen. Langzaam, heel geleidelijk, ontwikkelde zich bij hem de grondgedachte voor de boeken, die hem zoveel succes zouden brengen: hij zou avonturenromans als zelf beleefde verhalen schrijven. Aanvankelijk aarzelde hij tussen Zuid-Afrika, Amerika, Indië en China als toneel van zijn wederwaardigheden, maar tenslotte
besloot hij tot het Wilde Westen en het Midden-Oosten. In lange en eentonige gevangenisdagen had hij deze streken verkend.
Zijn oude wensdromen, zijn verlangen naar macht, eer en rijkdom gingen opnieuw leven in Old Shatterhand en Kara Ben Nemsi, de onverslaanbare helden. In deze figuren kon hij zich
doen gelden. Hij schiep Winnetou, Old Firehand, Sander en meer van dergelijke personaliën, die heden ten dage nog een magische werking op jong en misschien ook oud uitoefenen. En hij had succes. De weverszoon schreef een groot aantal boeken en de oplagen en verdiensten stegen in de millioenen.
Niemand vroeg meer: wie is toch eigenlijk die Karl May? Weinigen kenden zijn verleden en die enkelen zwegen. De grote massa zag in hem een genie en een held; Karl May stond op het hoogtepunt van zijn roem.
Verstrikt in eigen verbeelding?
Toch was hij nog niet helemaal tevreden, toch knaagde er nog iets aan zijn trots, omdat hij nog nooit de streken, waarin zijn romans speelden, had gezien. En hieruit spruit de tweede
beschuldiging tegen Karl May voort: die van een bedrieger te zijn. Mijn boeken berusten op waarheid, verklaarde hij tegen iedereen, die het maar wilde horen. Het met zilver beslagen geweer, de berendoder, het paard van Winnetou en diens geliefde zuster hebben werkelijk bestaan. | Hij liet zich trots fotograferen als stoere held uit het Wilde Westen. |
| [1] | In: Panorama, 26 februari 1955. |
| [2] | Op 13 juni 1900 bevond Karl May samen met zijn vrouw Emma en het bevriende echtpaar Plöhn in Beiroet, in zalige onwetendheid van de tornado die zich tijdens zijn afwezigheid boven zijn hoofd aan het ontwikkelen was. Ter verdediging van dhr. Berger kunnen we aanvoeren dat Karl Mays reisdagboek in 1955 nog niet gepubliceerd was. |
| [3] | In werkelijkheid veertien kinderen, van wie er inderdaad negen als baby overleden; ook Karl Mays autobiografie Mein Leben und Streben was in 1955 nog niet in het Nederlands vertaald. |
| [4] | Berger slaat voor het gemak maar even over dat Karl May eerst drie-en-een-half jaar in Schloss Osterstein in Zwickau doorbracht (14 juni 1865 tot 2 november 1868) en pas daarna, na wat nieuwe diefstallen en bedriegerijen, plus een spectaculaire ontsnapping in Kuhschnappel, vier jaar in Zuchthaus Waldheim (3 mei 1870 tot 2 mei 1874). Maar ook hier geldt: veel van wat wij tegenwoordig over Karl Mays leven weten, wist men in 1955 nog niet. |
|