Dwars door de States

Langs Nebraska’s wegen.

De Indianen


K. Schipstra 1


Onze weg voert nu door Noord-Nebraska naar Sioux City. Deze naam doet denken aan de Indianen en wel aan één der talloze stammen, die vroeger Amerika bevolkten. Sioux City ligt aan de Missouri, daar waar de Staten Nebraska, Zuid-Dakota, Minnesota en Iowa elkaar raken. Al deze namen zijn afgeleid van de Indianen. Als de Dakota van prins Bernhard 2 genoemd wordt in de krantenberichten, wanneer we chocolade drinken of een sigaret roken, als we de varkens voeren met maismeel of spelevaren in een kano, zijn we daardoor met de „rode broeder” verbonden. Want al deze namen of producten zijn afkomstig van de Indiaan.
Waar zijn ze vandaan gekomen? Niemand, die het weet. Men denkt vanuit Azië, men spreekt over een intocht via Alaska, duizenden jaren geleden, maar alleen God weet, waarom deze mensen hier waren.
De geschiedenis van de Indiaan is zeer interessant en belangwekkend. Maar het waren heidenen, die God niet kenden. Hun cultuur was primitief, hoewel er groot verschil was tussen de oorspronkelijke 400 stammen. Er waren stammen, die leefden in dichte bossen, maar evenzeer waren daar de jagers van de ruimte. Vissers en boeren vond men evengoed onder hen als in de beschaafde landen. Verbazingwekkend was hun mentaliteit: men hoorde nimmer een schreeuw van pijn, ook bij de felste marteling, alleen het jonge kind huilde.
We hebben de Indianen leren kennen uit de boeken van Karl May en Cooper 3. En welke jongen heeft niet zitten smullen van Winnetou, het hoofd der Apachen, van het geheim van de witte bison, van de woudloper en tal van andere boeken? Hierin zijn de Indianen afgebeeld als prima humanisten. Maar ze waren het niet. Misschien bepaalde groepen, maar alle zeker niet. De Indiaan was animist, dat is een natuuraanbidder. Animisme is het geloof, dat geesten ziet in de omringende levende en dode natuur. In de rivier, maar ook in de bomen zijn deze geesten, die men moet trachten gunstig te stemmen.
Deze religie zit diep in de Indiaanse ziel. We hebben dat geleerd uit de genoemde boeken. Men heeft de Indiaan van alles geleerd. Maar wie leerde hun de weg ten hemel? Blanke mannen brachten vuurwater en vuurstokken, maar waar was het vuur van de Geest? De blanke heeft de Indiaan bedrogen, keer op keer. De Indiaan heeft de vredespijp nooit goed willen roken met de ware christen. Er zou hierover een ganse psychologische beschouwing te geven zijn, maar wat baat het? Misschien is er nog een kans.
Met de gedachte aan prachtige gewaden, fiere bruine krijgers en trotse squaws (vrouwen), rijden we na Sioux City naar het Zuiden. We hopen één der vele Indianen-reservaten te bezoeken. Het is maar een kleine nederzetting, maar we zullen er misschien een indruk krijgen over de Indiaan. Reservaten zijn kleine of grotere oppervlakten grond, waar bepaalde stammen wonen. Ze zijn in die reservaten heer en meester en leven er nog als vroeger. Het reservaat waar wij heen gaan is klein, eigenlijk is het al opgeslokt door de omgeving. Er zijn echter reservaten, die zo groot zijn als Nederland en België samen!
Winnebago is de naam van de plaats, waar we heen gaan. Langs de wegen speuren we naar iets, dat op Indianen lijkt. We zien echter niets anders dan golvende mais of de stripfarming (tegen erosie!) op de heuvels aan weerszijden van de weg. Dan, vrij plotseling, rijden we een vuil goor dorpje binnen en hier zien we de eerste Indianen. In slordige jasjes slenteren ze langs de straat. We rijden door het hele dorp en over de zijwegen langs de huizen. Alles is even slordig en vervallen. Een oude auto staat, in een greppel gezakt, ergens bij een huis te roesten. Vrouwen met loshangende haren komen ons tegen. Kinderen met blote voeten en vuile gezichten staren ons aan. Dan komen wij in de winkel, waar „souvenirs” zijn te verkrijgen. Maar het zijn niet de moccasins (sandalen) van de vroegere fiere kerels, noch de prachtige sieraden van de vrouwen, die te koop worden aangeboden. Goedkoop is het niet, maar rommel is het zeker. Het goede, dat hier is te ontdekken, is de behoorlijke kleding van de winkelbaas.
Ongetwijfeld zal dat komen van de goede verdienste bij de verkoop van zijn spullen.
Volkomen gedesillusioneerd verlaten we de Indianen. Volkomen verpauperd, zonder fut en zonder illusies leven daar een stel mensen, die vroeger misschien fiere vechters waren. Wie draagt hier de schuld? Ik weet het niet, alleen weten we, dat de blanke man zéér veel schuld draagt. Het Departement van Indiaanse aangelegenheden voert een moeilijke strijd tegen alle ellende. Ziekte waart rond in deze kleine dorpen en het is gebeurd, dat ¾ van alle Indianen in bepaalde nederzettingen aan ziekten leden, soms meer dan de helft aan t.b.c.
Hulp is zeer moeilijk, want alle geld schijnt in een bodemloze put te verdwijnen. Het is dáárom zo moeilijk omdat de Indiaanse religie nog leeft in de stam. Dáár is geen westerse hulp tegen bestand. En men weet het soms niet meer. Maar zou het grote gebod: Christus lief te hebben boven alles en de naaste als zich zelf hier óók niet helpen? De grote Medicijnmeester is hier de redding èn voor de Indiaan èn voor de Yankee. En wanneer men bezield zou zijn door de grote liefde voor Christus, dan nóg blijft dit vraagstuk moeilijk. Maar alleen dat kan het uitgangspunt zijn, ook bij alle sociale overwegingen. Er zijn stammen, die volkomen zijn opgegaan in de Amerikaanse maatschappij en het naar de zin hebben. Het is dus mogelijk, hen in te passen! Maar ook vele stammen zijn uitgestorven!
Bij alle desillusie die we hier hebben, voegt zich echter de wetenschap, dat in andere reservaten nog het Indianenleven bloeit als honderden jaren geleden. In Arizona waar ik later was, is een reservaat, zo groot als de Benelux-landen samen. En daar vindt men een kunst, die hoog ontwikkeld is. Prachtige zilveren armbanden, halskettingen met fonkelende turkooizen en schitterende ringen worden daar volop gemaakt. Grote kudden vee bezitten deze Navajo’s. Prachtige rotswoningen zijn hier, waar nog nimmer een blanke zijn voet gezet heeft. Het Montezuma-kasteel is een voorbeeld van de Indiaanse bouwkunst van vroegere jaren. Het is eeuwen geleden uitgehouwen in de rotsen en er zijn tal van verdiepingen met meer dan 20 kamers. In andere grote reservaten, zoals in Nieuw Mexico en Texas, waar eveneens bekende stammen wonen, Zuni’s, Pawnee’s en Comanches, zijn het ook nog de Indianen van vroeger met hun dansen en feesten, hun ritueel en religie.
In de Amerikaanse wereld zijn verschillende stromingen ten opzichte van de Indianen. Sommigen willen ze aan hun lot overlaten, ze moeten zich maar zien te redden, anderen willen ze in grote openluchtmusea bewaren, zoals nu in de grote reservaten gebeurt. Maar het vraagstuk ligt er en is moeilijk, want de Indianen nemen in aantal toe.
Toch zal het aangepakt moeten worden. En de enige oplossing zal zijn het Woord, dat de weg, de Waarheid en het Leven is. De Weg, de Indiaan heeft deze gezocht honderden jaren lang, maar dan de aardse, de Waarheid, die hij lief heeft, maar dan met een klein w en het Leven, dat voor hen een mysterie is.
Want dit Woord, en dat is Christus, overwint de wereld.





  [1]

In: Gereformeerd gezinsblad / hoofdred. P. Jongeling, 2 november 1954.
K. Schipstra was een medewerker van het Gereformeerd gezinsblad van P. Jongeling, over iwe ik niet meer dan dit gegeven weet.

  [2]

Prins Bernhard der Nederlanden (geboren als Bernhard Leopold Friedrich Eberhard Julius Kurt Karl Gottfried Peter, Graf zur Lippe-Biesterfeld; * 29 juni 1911, † 1 december 2004) was sinds 7 januari 1937 de echtgenoot van prinses/koningin Juliana (* 30 april 1909, † 20 maart 2004) en als zodanig van 4 september 1948 tot 30 april 1980 prins-gemaal der Nederlanden.

  [3]

James Fenimore Cooper (* 15 september 1789, † 14 september 1851) was een Amerikaans schrijver, die vooral bekendheid verwierf met zijn zeeverhalen en historische verhalen, de vijfdelige Leatherstocking Tales: »The Deerslayer. The First War Path«, »The Last of the Mohicans. A Narrative of 1757«, »The Pathfinder. The Inland Sea«, »The Pioneers. The Sources of the Susquehanna; A Descriptive Tale« en »The Prairie. A Tale«, met Natty Bumppo (bijgenaamd »Leatherstocking« en »Hawkeye«) in de hoofdrol; het tweede boek uit deze reeks, »The Last of the Mohicans« wordt door vriend en vijand beschouwd als zijn meesterwerk.







Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website