Met een schaakdebutant valt niet te gekscheren

Lod. Prins 1


VOORDAT hij zich in September ter Schaakolympiade te Amsterdam kwam melden (dank zij een subsidie aan zijn équipe toegekend door de regering van Columbia, die sinds enige tijd ook schoolschaak financiert) hadden de meeste schakers nooit van Edmundo De Greiff 2 gehoord. Ook Lothar Schmid 3 niet, één van de gereputeerdste schaakmeesters van West-Duitsland en tussen haakjes de hedendaagse uitgever van Karl May’s verhalen over Winnetou en Old Shatterhand uit het oude Wilde Westen van Amerika.

De ontmoeting tussen deze Duitse meester en de Columbiaanse debutant is een van de origineelste demonstraties der Schaakolympiade 1954 geworden. Men mag na de resultaten over twintig ronden te hebben vergeleken aannemen, dat De Greiff het in een tweekamp van tien partijen wel tegen Schmid zou moeten afleggen. Des te bewonderenswaardiger is het élan waarmee hij reageerde op ieder detail van een partij, die hijzelf telkens met ongebruikelijke passages wist te verlevendigen en die door een koene aanval evenzeer wordt gekenmerkt als door een heldhaftige verdediging.
Ofschoon hij zijn toekijkende landgenoten de angsten, die zij de laatste dertien zetten van het spel zullen hebben doorstaan gemakkelijk had kunnen besparen, moet De Greiff toch naar huis zijn teruggekeerd met de gerechtvaardigde voldoening althans één ondubbelzinnige meesterprestatie te hebben verricht.
Wit: E. de Greiff. zwart: L. Schmid. Siciliaans (langs een omweg).
1 d2—d 4, c7—c5; 2. e2—e4, c5Xd4; 3 Pg1—f3, e7—e6; 4. Pf3Xd4, Pg8—f6; 5. Pb1—c3, d7—d6. Er ligt een lange, in de boeken afgedrukte analyse gereed voor het geval dat zwart zich op 5. ... Rb4 mocht willen inlaten. Zij begint met 6. e5 en eventueel 7. Dg4 en schijnt wit veel baat te brengen.
6. g2—g4. Zulk een gelegenheid krijgt wit zelden, omdat aan een van de beide zetten d7—d6 en e7—e6 als regel Pc6 voorafgaat. Of het deze zeldzaamheid is, waardoor Schmid zich heeft laten intimideren? Het lag genoeg voor de hand, zich niet ongemerkt te laten verdrukken, maar met 6. ... e5, 7. Pf5, Rf5X; 8. gf5X, d5; 9. ed5X of 6. ... e5; 7. Rb5†, Rd7; 8. Rd7X†, Pbd7X; 9. Pf5, Pc5, enz. zelf actief te worden. Zwarts nalatigheid wordt voorbeeldig bestraft.
6. ... PbB-c6; 7. g4—g5, Pf6—d7; 8. Rf1—g2, Rf8—e7; 9. h2—h4, Pd7—b6; 10. a2—a4, a7—a6; 11. a4—a5, Pb6—c4; 12. Pd4Xc6, b7Xc6; 13. Dd1—d4, Pc4—e5; 14. b2—b4, f7—f6. Tot zover heeft zwart met zijn gedrongen spel gewoekerd zonder de stellingen op te geven, waarop hij zich had moeten terugtrekken. Of het verstandig is, nog meerr lijnen en diagonalen voor wit te openen zonder de mobiliteit van zijn eigen manschappen noemenswaardig te bevorderen, blijkt geenszins uit het vervolg. Eenvoudig 14. ... 0—0 kwam zeker in aanmerking.
15. f2—f4, Pe5—f7; 16. Pc3—a4. Het is duidelijk, dat d7 een betere plaats voor zwarts paard zou zijn geweest, dan f7.
16. ... e6—e5; 17. Dd4—c3, Rc8—b7. Anders wordt deze raadsheer na Pb6 geruild en dringt wit met Rg2—h3—e6 toch ook het spel van zwart binnen.
18. Pa4—b6, Ta8—b8; 19. Rg2—h3, 0—0; 20. Rh3—e6. Ook 20. Pd7 was niet te versmaden. Tegen 20. Re6 komt zwarts machteloosheid sterker uit dan ooit.
20. ... Tf8—e8; 21. f4—f5 (vergelijk 21. Db3, d5). Er dreigt nu g5—g6.

21. ......, f6Xg5; 22. h4Xg5, Re7Xg5; 23. Dc3—h3, h7—h6; 24. Dh3—h5, Te8Xe6. Wat anders? Indien Tf8 dan Pd7. Tegen andere zetten om f7 te beschermen zou Rg5X beslissend zijn geweest.
25. f5Xe6, Pf7—8; 26. Rc1Xg5, Dd8Xg5; 27. Dh5Xg5, h6Xg5; 28. 0—0—0, d6—d5 (Td8 dan Pc4); 29. Pb6—d7, Tb8—e8; 30. Pd7—c5, Rb7—c8; 31. e4Xd5, c6Xd5; 32. Td1Xd5, Ph8—g6; 33. Th1—g1, Rc8Xe6; 34. Pc5Xe6, Te8Xe6; 35. Tg1Xg5, dadelijk b5 zou wel het eenvoudigste zijn geweest.
35. ......, e5—e4; 36. b4—b5, e4—e3; 37. Tg5—g1, Pg6—f4; 38. Td5—d8 †, Kg8—f7; 39. Kc1—d1, a6Xb5; 40. Td8—d7 †, Kf7—f6; 41. Tg1Xg7, Te6—e4; 42. Td7—f7 †, Kf6—e5; 43. Tf7—e7 †, Pf4—e6; 44. a5—a6, Te4—a4; 45. a6—a7, Ke5—d6; 46. Te7—d7 †, Kd6—c6; 47. Tg7—f7, Pe6—f4; 48. Kd1—e1, e3—e2 en zwart gaf het tegelijkertijd op. Zie: 49. Tf4X, Ta1 †, 50. Ke2X, Kd7X, 51. Tf8 enz.





  [1]

In: Het Parool, 10 oktober 1954.
Lodewijk Prins (* 27 januari 1913, † 11 november 1999) was een Nederlandse schaker. Hij won in 1948 het Hoogoventoernooi en in 1965 werd hij op 52-jarige leeftijd kampioen van Nederland. Hij had een schaakrubriek in Het Parool.

  [2]

Boris de Greiff Bernal (* 13 februari 1930, † 31 oktober 2011) was een Columbiaans schaakmeester en schrijver, die in 1951 als student kampioen van Colombia werd. Waarom hij in dit artikel Edmundo de Greiff wordt genoemd, weet ik ook niet; een schaker met de naam Edmundo de Greiff bestaat niet.

  [3]

Lothar Schmid (* 10 mei 1928, † 18 mei 2013) was een van de vier zoons van Dr. Euchar Albrecht Schmid (* 29 augustus 1884, † 15 juli 1951), die in 1913 de Karl-May-Verlag hat opgericht. Samen met zijn broers Joachim (* 29. Juni 1922, † 10 januari 2003) en Roland (* 15 mei 1930, † 4 januari 1990) leidde Lothar Schmid de uitgeverij van 1951 tot 2007; Joachim overigens maar tot 1993). De vierde broer, Wolfgang (* 1 april 1924, † 30 januari 1945), is in de oorlog gesneuveld. Sinds 2007 is Lothars zoon Bernhard Schmid (* 1962) de enige directeur van de uitgeverij.
Lothar Schmid was tevens schaakgrootmeester en bezat de grootste particuliere collectie schaakboeken ter wereld (bij zijn dood ongeveer 50.000 exemplaren); in 2005 werd hij tot schaakscheidsrechter van de eeuw uitgeroepen.







Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website