Vacantie-toneel in Duitsland

WILHELM TELL, JEDERMANN, FAUST EN OLD SHATTERHAND

(van een correspondent) 1


Of de appel van het hoofd van Tell’s zoon 2 er met een touwtje afgetrokken wordt of „echt”met de pijl uit vaders boog doorboord, weet ik nog steeds niet. In elk geval is het voor de honderden — bij slecht weer toch nog tientallen — die naar het Blauwe Meer, dicht bij Düsseldorf, trekken, ook van weinig belang.
Zij zitten (af en toe een beetje huiverig) in het Openluchttheater, waar elke Woensdag, Zaterdag en Zondag de wrede landvoogd Gessler door het holle ravijntje trekt, en zien hoe hem het dodelijke schot van Wilhelm Tell neer velt.
Er wordt hier door betrekkelijk onbekende acteurs goed ambachtelijk toneel gespeeld, en men kan zich voorttellen, dat een stuk als Wilhelm Tell met al zijn romantiek het goed doet in de romantische omgeving van echte heuvels, bomen, meer en buitenlucht-met-sterren met een echte boot en echte paarden.
Nu wordt Tell afgewisseld door het lichtere genre: „lm Weissen Rössl” 3 is de titel van het tweede vacantiestuk, en men zal begrijpen dat het beroemde bootje-met-vacantiegangers in deze echte entourage prima er uit zal zien en dat de golven mee zullen bruisen , als er in driekwartsmaat van het bovendek af gezongen wordt „Im Salzkammergut, da kann man gut lustig sein”. Bovendien: de koeien, die anders slechts tegen het achterdoek geschilderd meedeinen, kunnen hier echt grazen.

Te Keulen weerklinkt bijna elke avond het pathos van „Jedermann” 4 (te vergelijken met Elckerlyc 5) van de kerkmuren. Hier zetten de acteurs van het Stadttheater hun werkzaamheden in de vacantie voort, want „Jedermann” behoort tot het geliefde zomerrepertoire sinds Salzburg het middeleeuws spel niet alleen over de grenzen van Duitsland maar ook in het land zelf bekend gemaakt heeft.

Geheel anders is het aspect van de werkzaamheden der amateurs die — dolverliefd op de voor ons een beetje rare romantiek van Indianen en ridderlijke blanke (meest Duitse) helden — de boeken van Karl May tot toneel hebben verwerkt. Hier knallen de schoten, suizen de lasso’s, blikkeren de tomahawks en zijn de „Howgh’s” niet van de lucht.
Een heel laar lang hebben de bewoners van Bad Segeberg, in Holstein, zich in het paardrijden geoefend — de blanken op zadels, de Indianen op dekens — en hebben zij geleerd een lans zodanig te gooien, dat niemand gewond, wordt, dan wel een postkoets te mennen of strijdgewoel bedrieglijk na te bootsen.
Maar nu zijn ze dan ook een paar weken lang Old Shatterhand, Winnetou of Hobble Frank, en de vlakte van Holstein derdert van de paardenhoeven en het Indianen-gehuil. Tot grotere glorie van de onsterfelijke Karl May en tot het genoegen van al die grote en kleine kinderen.


Voor weer een geheel ander publiek speelt Luigi Malipiero 6 zijn „Faust” 7. Hij heeft het vermoedelijk kleinste toneel van Europa, de zogenaamde „kleine boog” in een oude toren van het stadje Sommerhausen.
In zijn zaal kunnen slechts 45 toeschouwers een plaats vinden, maar de roem van deze voorstellingen is reeds zover doorgedrongen, dat het tourisme het kleine stadje ontdekt heeft.
Malipiero maakt het zich niet makkelijk: hij heeft de „Faust” van de Engelsman Marlowe gekozen, die reeds uit het jaar 1594 afkomstig is en bijna nooit opgevoerd werd. Het is meer een middeleeuws mysteriespel dan een toneelstuk, dat echter in wezen niet veel verschilt van de Inhoud van alle latere Faustdrama’s. Die overigens ook op het programma, dat verder uiteraard Goethe 8 en dan Grabbe 9 (Don Juan en Faust), Lenau 10 en zelfs Paul Valéry 11 brengt. Malipiero ls zijn eigen regisseur, Intendant, decorontwerper en acteur.


  [1]In: De Tijd : godsdienstig-staatkundig dagblad, 14 augustus 1954.
Ook andere Nederlandse kranten berichtten in de zomer van 1954 over de Karl May-spelen in Bad Segeberg; aan de meeste berichten lag blijkbaar een algemeen persbericht ten grondslag, want op de inleiding en de titels na zijn ze vrijwel identiek aan elkaar, maar dit verslag is blijkbaar gebaseerd op de eigen waarneming van een correspondent.
  [2]Wilhelm Tell was een legendarische vrijheidsheld die aan het begin van de 14e eeuw zou hebben geleefd in Zwitserland: volgens de legende zou de kruisboogschutter in 1307 geweigerd hebben de hoed te groeten die de – eveneens legendarische – landvoogd Hermann Gessler op een staak op het dorpsplein had laten zetten als symbool voor het heersende huis Habsburg. Gessler beval hem daarop met zijn kruisboog een appel van het hoofd van zijn zoontje Walter te schieten. Wilhelm Tell haalde twee pijlen uit zijn koker en schoot er één met succes door de appel. In de literatuur werd hij in de vorm van een toneelstuk vereeuwigd door de Duitse dichter Friedrich Schiller (voluit: Johann Christoph Friedrich Schiller, * 10 november 1759 , † 9 mei 1805; sinds 1802 von Schiller), in de muziek middels de opera „Guillaume Tell” van de Italiaanse componist Gioachino Rossini (voluit: Gioachino Antonio Rossini, * 29 februari 1792 , † 13 november 1868) en in de beeldende kunst o.m. door de talentvolle Zwitserse schilder Wenkelbach 🎨😉
  [3]Im weißen Rössl” is een Singspiel in drie bedrijven, geschreven door Ralph Benatzky (voluit: Rudolph Josef Franz Benatzky, Tsjechisch: Rudolf Josef František Benatzky, * 5 juni 1884, † 16 Oktober 1957), dat speelt in en om „Hotel Weißes Rössl” in St. Wolfgang im Salzkammergut, Oostenrijk. Het Singspiel ging op 8 november 1930 in première in het „Großes Schauspielhaus” in Berlijn. Het Singspiel is daarna minstens acht maal verfilmd. De bekendste daarvan zijn die uit 1952 – met o.a. Johannes Heesters (voluit: Johan Marius Nicolaas Heesters, * 5 december 1903, † 24 december 2011) en Johanna Matz (* 5 oktober 1932, † 21 april 2025) – en 1960 – met o.a. Peter Alexander (eigenlijk: Peter Alexander Ferdinand Maximilian Neumayer, * 30 juni 1926, † 12 februari 2011), Gunther Philipp (eigenlijk: Gunther Placheta, * 8 juni 1918, † 2 oktober 2003) en Waltraut Haas (* 9 juni 1927, † 23 april 2025).
  [4]Jedermann. Das Spiel vom Sterben des reichen Mannes” is een toneelstuk van de Oostenrijkse schrijver en dichter Hugo von Hofmannsthal (voluit: Hugo Laurenz August Hofmann, Edler von Hofmannsthal, * 1 februari 1874, † 15 juli 1929), dat op 1 december 1911 in première ging. Sinds 1920 wordt het stuk ook elk jaar bij de Salzburger Festspielen opgevoed. Het is o.a. gebaseerd op de Nederlandse moraliteit „Elckerlijc” of „Elckerlyc”.
  [5]Elckerlijc” of „Elckerlyc” (voluit: „Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc – Hoe dat elckerlijc mensche wert ghedaecht Gode rekeninghe te doen”) is een moraliteit – een Nederlands zinnespel – uit de vijftiende eeuw, dat aan diverse schrijvers wordt toegeschreven, maar niets is zeker.
  [6]Luigi Malipiero (* 5 april 1901, † 24 februari 1975) was een Duits theaterregisseur en -intendant, toneelspeler, schilder en boekillustrator.
  [7]Faust” is een sage over een legendarische figuur, gebaseerd op de Duitse magiër en medicus Dr. Johann Georg Faust (* ±, 1480, † ± 1540). Gelijk met zijn dood, vermoedelijk rond 1540, ontstond het gerucht dat hij een pact met de duivel had gesloten. Een van de eerste sagen over Dr. Faust werd in 1587 gepubliceerd door Johann Spies (* ± 1540, begraven op 21 februari 1623): „Historia von D. Johann Fausten”. Hierin had Dr. Faust een afspraak gemaakt met de duivel – Mephistopheles genoemd –, die Faust beloonde door hem te voorzien van alle rijkdom, kennis en geneugten van het leven. Faust stelde daar tegenover dat hij na zijn dood zijn ziel opgaf. Het verhaal werd veel vertaald en al in 1604 opgepikt door de Engelse dichter Christopher Marlowe (gedoopt op 26 februari 1564, † 30 mei 1593): „The Tragical History of the Life and Death of Doctor Faustus”; Marlowe’s Faustus staat al met één been in de renaissance: Faustus verlangt de macht over de hele wereld en veracht de theologie en de gerichtheid op het hiernamaals. Twee eeuwen later, in 1808, schreef Johann Wolfgang Goethe (* 28 augustus 1749 , † 22 maart 1832; sinds 1782 von Goethe) zijn onovertroffen tragedie „Faust. Der Tragödie erster Teil”, in 1832 (postuum) gevolgd door „Faust. Der Tragödie zweiter Teil”. Hier wordt Marlowe’s tragedie bedoeld.
  [8] Johann Wolfgang Goethe (* 28 augustus 1749, † 22 maart 1832; sinds 1782 von Goethe) was de grootste dichter en dramaturg die Duitsland ooit gekend heeft; daarnaast was hij wetenschapper, romanschrijver, filosoof, natuuronderzoeker en staatsman. Bekende werken van hem zijn (o.a.) „Heidenröslein”, „Wandrers Sturmlied”, „Götz von Berlichingen”, „Die Leiden des jungen Werthers”, „Egmont”, „Iphigenie auf Tauris”, „Torquato Tasso”, „Der Erlkönig”, „Römische Elegien”, „Reineke Fuchs”, „Wilhelm Meisters Lehrjahre”, „Xenien” (samen met Friedrich (von) Schiller);, „Faust. Eine Tragödie”, „Hermann und Dorothea” „Pandora”, „Wilhelm Meisters Wanderjahre”, „Die Wahlverwandtschaften”, „Zur Farbenlehre”, „Aus meinem Leben. Dichtung und Wahrheit”, „Italienische Reise”, „Über Kunst und Altertum”, „West-östlicher Divan”, „Marienbader Elegie”, „Faust. Der Tragödie zweiter Teil” en „Einzelnheiten, Maximen und Reflexionen”.
  [9]Christian Dietrich Grabbe (* 11 december 1801, † 12 september 1836) was een Duits toneelschrijver, cynicus en provocateur uit de tijd van de Vormärz. Bekende drama’s van hem zijn o.a. „Herzog Theodor von Gothland”, „Don Juan und Faust”, „Die Hohenstaufen: Barbarossa”, „Die Hohenstaufen: Heinrich VI.”, „Napoleon oder die hundert Tage”, „Hannibal”, „Aschenbrödel, ein dramatisches Märchen” en „Die Hermannsschlacht”,.
[10]Nikolaus Lenau (eigenlijk: Nikolaus Franz Niembsch Edler von Strehlenau, * 13 augustus 1802, † 22 augustus 1850) was een Oostenrijks dichter uit de Biedermeier-tijd. Tot zijn bekendste werken behoren o.a. „Die Heideschenke”, „Schilflieder”, „Die drei Indianer”, „Faust. Ein Gedicht”, „Savonarola”, „Stimme des Kindes”, „Die Albigenser”, „Don Juan (Fragment) ” en „Winternacht”.
[11]Paul Valéry (voluit: Ambroise Paul Toussaint Jules Valéry, * 30 oktober 1871, † 20 juli 1945) was een Frans dichter, essayist, filosoof en auteur van aforismen. Zijn bekendste werken zijn o.a. „Introduction à la méthode de Léonard de Vinci”, „La Soirée avec monsieur Teste”, „La Crise de l’esprit”, „Le Cimetière marin”, „Eupalinos ou l’Architecte”, „Monsieur Teste”, „Analecta”, „L’Idée fixe ou Deux Hommes à la mer”, „Discours en l'honneur de Goethe”, „Mauvaises Pensées et autres” en „Mon Faust”.



Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website