Jeugd van Emmen kreeg een eigen leeszaal en bibliotheek

Feestelijke opening in aanwezigheid van Winnetou, Daantje en vele anderen

anoniem 1


Hebt U wel eens geprobeerd u voor te stellen hoe Robin Hood 2 er in werkelijkheid zou uitzien? En de Winnetou van Karl May? En Daantje 3, het oude mannetje met de witte baard, uit de bekende jeugdverhalen van Leonard Roggeveen 4?
Zaterdagmorgen heeft men ze in levende lijve zien rondlopen, toen ’t jeugdgebouw van de Openbare Leeszaal en Bibliotheek officieel geopend werd met een groot kinderfeest.
Al ruim vier jaar bestond er een uitleenafdeling voor de jeugd, maar deze was tot dusverre ondergebracht in ’t overgebleven deel van het vroegere Oosting-Instituut 5 aan de Hoofdstraat, waardoor ze ’n geheel „eigen” gebouw tot hun beschikking zou krijgen.
Al voor negen uur verdrongen de kinderen zich voor de deur van het nieuwe jeugdgebouw. Sommigen zagen er vreemd uit. Onder hun jas kwamen lange rokken te voorschijn of vreemde lange broeken. Anderen droegen een grote koffer of een geheimzinnig pak onder de arm terwijl nog weer anderen gewoon in hun dagelijkse plunje verschenen waren om alleen maar toe te kijken.
De opening van het gebouw ging plechtig in zijn werk. Bouwe Klinkhamer 6 kwam statig met de sleutel aandragen, de directrice sprak enige woorden en het jongste lid van de Jeugdbibliotheek knipte een lint door. Toen mocht een ander meisje de sleutel omdraaien en kon de opgetogen jeugd naar binnen.
De voorstelling, door de kinderen zelf verzorgd, werd een succes. Ieder kind, dat zich verkleed had, stelde ’n persoon uit een kinderboek voor en de andere kinderen mochten raden welk boek bedoeld was. Eén voor één verschenen ze op het podium: Lies én Loek van de HBS 7, die nuffig heen en weer liepen te draaien; de aloude Kruimeltje 8, zijn handen nonchalant in zijn zakken; Old Shatterhand en Kleine Sjang, het Chinese jongetje met zijn punthoed van gele stro 9. Ook Sneeuwwitje 10, Doornroosje 11 en de Gelaarsde kat 12, waren tot leven gekomen en Tijl Uilenspiegel 13 met een gekleurd pak en een muts met belletjes. Verschillenden hadden er zelfs een heel toneelstukje van gemaakt, en weer anderen zeiden een gedichtje op of speelden versjes op een mandoline of blokfluit.
In de pauze werden buiten spelletjes gedaan en werden de kinderen, dank zij enige gulle gaven rijkelijk onthaald. Zelfs Robin Hood en Winnetou lieten zich een Hollands glas ranja goed smaken. ’t Gebouw werd van onder tot boven bekeken.
Inderdaad is het een aardig geheel geworden. De wanden zijn in frisse kleuren geverfd en de boekenkasten zijn laag gehouden, zodat de kinderen er gemakkelijk bij kunnen. De aardige wandtekeningen van de heren Erkelens 14 en Keen 15 werden enthousiast bewonderd. Sommigen waren werkelijk trots op hun gebouw, dat voortaan iedere middag behalve Zaterdag na schooltijd geopend zal zijn voor lezen en boeken ruilen. Ook zal er, net als in het oude gebouw, weer iedere Zaterdagmorgen worden voorgelezen aan kinderen van 8 tot 12 jaar. Ieder kind is welkom en het kost niets.
„Juffrouw”, hebben twee jongens kort geleden gevraagd, „Krijgen we in ’t nieuwe gebouw nu ook allemaal nieuwe boeken?” Natuurlijk heeft de directrice geantwoord, dat er in de toekomst net zo veel boeken bij zouden komen als tot nu toe. En ze dacht er bij: als nu eens ieder huisgezin, waar één of meer kinderen lid zijn van de Jeugdbibliotheek, ieder 1 goed kinderboek uit zijn eigen boekenkast zou willen afstaan. Eén boek is genoeg. Als ieder één boek zou willen, geven, wat zou men dan veel kinderen kunnen helpen.
En daarom wordt gevraagd: Doet u ook mee? Geeft u ook één goed kinderboek? Dan kunnen meer kinderen geholpen worden èn ...... beter. Er is in dit nieuweg ebouw alle gelegenheid voor.





  [1]

In: Emmer Courant, 12 april 1954

  [2]

Robin Hood is een Engelse volksheld uit een reeks oude balladen en legenden, die in de dertiende of veertiende eeuw samen met een groep vrijbuiters, de Merry Men in Sherwood Forest bij Nottingham gehuisd zou hebben. Volgens de verhalen zou hij van de rijken gestolen hebben en zijn buit vervolgens onder de armen verdeeld.

  [3]

„Daantje” was de hoofdpersoon uit een serie (voor)leesboeken van Leonard Roggeveen (zie noot 4).

  [4]

Leonard Roggeveen (* 2 maart 1898, † 22 juni 1959) was een Nederlandse onderwijzer, schrijver en illustrator van kinder- en jeugdboeken en toneelstukken, redacteur van jeugdtijdschriften en radioprogrammamaker. Zijn bekendste boek is »De ongelooflijke avonturen van Bram Vingerling «, dat samen met de opvolger, »Het geheim van het oude horloge« zo ongeveer de eerste sciencefiction-achtige boeken voor jeugd waren. Later volgde de tiendelige serie (voor)leesboeken Daantje en de twaalfdelige serie voor nog jongere kinderen Okkie Pepernoot.

  [5]

Deze villa is genoemd naar Willem Sjuck Johannes Oosting (* 1909, † 22 september 1983), een Nederlandse ondernemer en dierenliefhebber. Hij was de oprichter en eerste directeur van het Noorder Dierenpark in Emmen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef het Noorder Dierenpark grotendeels intact; het bleef gedurende de bezetting in bedrijf, wat in Nederland uitzonderlijk was. In deze periode bevonden zich onderduikers in het park, die zich onder meer schuilhielden boven het roofdierenverblijf. Oosting zelf en zijn huishouden woonden in de villa aan de Hoofdstraat; de woning werd tijdens de bezetting gevorderd, waarna het gezin elders werd ondergebracht.

  [6]

Bouwe Klinkhamer: (mij) onbekend.

  [7]

Lies en Loes (genaamd „Loek”) zijn de twee hoofdpersonen uit een bijzonder stichtelijke kinderboekenserie van T. Brinkgreve-Wicherink (* 1880, † 1936) uit 1918 en verder. Ze wonen bij hun moeder, mevrouw Breesma, die net weduwe is geworden.

  [8]

„Kruimeltje” is de hoofdpersoon uit het gelijknamige, zeer beroemde jongensboek uit 1923 van Chris van Abkoude (voluit: Christiaan Frederik van Abkoude, * 6 november 1880, † 2 januari 1960). In werkelijkheid heet hij Harry Volker, maar wordt door iedereen meestal „Kruimeltje” genoemd. Het verhaal speelt zich af in 1916, als „Kruimeltje” 10 jaar is; als baby is door zijn moeder aan mevrouw Koster, een humeurige en hardvochtige vrouw, die het jongetje vooral gebruikt om geld voor haarzelf te verdienen. Kruimeltjes vader was toen al naar de Verenigde Staten geëmigreerd. Natuurlijk wordt „Kruimeltjes” aan het einde van het boek met zijn biologische vader en moeder herenigd.

  [9]

„Kleine Sjang” is een klein ondeugend jongetje dat met zijn ouders en zijn zusjes Dagu en Erdu in een dorpje in China woont. Alleen of met zijn vriendje Dikkop belandt hij in allerlei avonturen. Het is een van origine Amerikaanse serie (voor)leesboeken, waarin de hoofdpersoon „Little Pear” heet, van Eleanor Frances Lattimore (* 30 juni 1904, † 12 mei 1986). Deze schrijfster was zelf geboren in de „American Compound” in Sjanghai en wist dus genoeg van de Chinese cultuur af, maar toch vonden de „woke” waanzinnigen het nodig om de boeken als „racistisch” te beschouwen, zoals zo’n beetje alle boeken die vóór het jaar 2000 zijn geschreven.

[10]

Sneeuwwitje is een sprookje dat in de 19e eeuw meermaals werd opgetekend door de Duitse taalkundige broers Jacob Ludwig Karl (* 4 januari 1785, † 20 september 1863) en Wilhelm Karl Grimm (* 24 februari 1786, † 16 december 1859) in hun »Kinder- und Hausmärchen«. Bij hen is de naam „Sneewittchen”, maar tegenwoordig zegt men Duitsland „Schneewittchen”. Het sprookje, waarvan de oorsprong onduidelijk is, gaat over een prinses die door haar boze stiefmoeder wordt verbannen en bij zeven dwergen terechtkomt. Uiteindelijk wordt ze gevonden door een koningszoon en ... „ze leefden nog lang en gelukkig”.

[11]

Doornroosje of De schone slaapster is een sprookje over een meisje dat in slaap valt na een prik met een naald, op grond van een voorspelling of vervloeking bij haar geboorte. Het sprookje werd voor het eerst gepubliceerd in 1634 door de Italiaanse dichter Giambattista Basile (* 1566 of 1575, † 23 februari 1632) met als titel »Sole, Luna e Talia« („Zon, maan en Talia”), als onderdeel van zijn »Pentamerone«. De Fransman Charles Perrault (* 12 januari 1628, † 16 mei 1703) bewerkte het sprookje onder de titel »La Belle au bois dormant« („De schone slaapster in het bos«) en nam het in 1697 op in zijn beroemde bundel »Histoires ou contes du temps passé, avec des moralités: Contes de ma mère Loye«, kortweg: »Contes de ma mère l’Oye« („Sprookjes van Moeder de Gans”) en de Duitse taalkundige broers Jacob Ludwig Karl (* 4 januari 1785, † 20 september 1863) en Wilhelm Karl Grimm (* 24 februari 1786, † 16 december 1859) maakten er ten slotte een meer kind- en vrouwvriendelijke versie van onder de titel »Dornröschen«. Deze versie is de bekendste gebleven en staat in »Kinder- und Hausmärchen« van deze gebroeders.

[12]

De Gelaarsde Kat is een oeroud sprookje, dat voor zover bekend voor het eerst werd opgeschreven en gepubliceerd door Giovanni Francesco Straparola (* ± 1480, † 1557) in zijn verzameling »Le piacevoli notti« („De aangename nachten”): »Costantino Fortunato, Il gatto con gli stivali,« („De fortuinlijke Constantijn of De kat met de laarzen”). De Fransman Charles Perrault (* 12 januari 1628, † 16 mei 1703) bewerkte het sprookje onder de titel »Le Maître chat ou le Chat botté« („De Meesterkat of De gelaarsde kat«) en nam het in 1697 op in zijn beroemde bundel »Histoires ou contes du temps passé, avec des moralités: Contes de ma mère Loye«, kortweg: »Contes de ma mère l’Oye« („Sprookjes van Moeder de Gans”). De kat van een molenaarszoon krijgt een paar laarzen, waarmee hij allerlei toverkunsten uithaalt; hij kregt het zelfs voor elkaar om de arme molenaarszoon - die hij „De markies van Carabas” noemt - te laten trouwen met de dochter van de koning.

[13]

Tijl Uilenspiegel/Till Eulenspiegel is een personage uit onder meer de Nederlandse (Vlaamse) en Duitse folklore; volgens de sage was Tijl Uilenspiegel een deugniet die vrij als een vogel in de veertiende eeuw door de Nederlanden en Duitsland trok en iedereen voor de gek hield met zijn streken. Hij zou een tijdlang torenwachter in Bernburg zijn geweest; daarom staat voor het slot van Bernburg een beeld van de deugniet.

[14]

Erkelens: (mij) onbekend, waarschijnlijk een (amateur-)schilder te Emmen.

[15]

Keen: (mij) onbekend, waarschijnlijk een (amateur-)schilder te Emmen.







Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website