Amsterdams Podium

Van ridders en schildknapen

Anthony van Kampen 1

Het was Woensdagmiddag en ik schatte het aantal bezoekers in de grote zaal van de Amsterdamse Openbare Leeszaal op een kleine honderd. Er waren jongens en meisjes en ze deden maar één ding: lezen. Ik deed die middag een haast verbijsterende ontdekking. Ik ontdekte dat ik de kunst van het lezen vrijwel verleerd had. Wat daar gebeurde was lezen. Ik zag jongens die het boek, dat ze voor zich hadden liggen, opvraten én het was een verrukkelijk schouwspel. Er waren meisjes, wier gezichtjes rood waren, tot diep in de hals en ver achter de oren.
Wat daar gebeurde in die leeszaal was iets ongelofelijk feestelijks. Daar kon men zien wat lezen kan zijn en hoe een mens natuurlijk behoort te lezen. Het was daar, dat ik opnieuw besefte, dat de jeugd een paradijselijke toestand is, waarnaar we, op onze volwassenheid, alleen nog maar jaloers, verbitterd en reikhalzend kunnen terugzien.
Dat beeld van lezend jong-Amsterdam greep me nog al aan, waarschijnlijk omdat ik er iets van mezelf terugvond, dat ik dacht allang vergeten te hebben. En ik keek wat ze lazen en ook d a t was aandoenlijk. Pieter Marits 2 werd daar gelezen en de jongen die het las w a s Pieter Marits, zoals ik ook eenmaal, lang geleden, Pieter Marits was.
De ander was bezig met Schatteneiland 3. Gij allen, vrienden, hebt dat verrukkelijkste aller gefantaseerde avonturenboeken ook gelezen en wie durft beweren dat hij, ademloos de belevenissen van Jim Hawkins, Flint en Long John Silver volgend, niet z e l f Jim Hawkins was, die het allemaal deed en die het er levend afbracht, na al die bloedige taferelen!
Er werd Karl May gelezen. Ik herinner me de uitspraak van enkele beroeps-opvoedkundigen, die gezegd hebben dat Karl May een funeste invloed op de jeugd zou hebben. Voorts zouden al die belevenissen van die Duitser gelogen zijn. Tenslotte (zegt men) was hij zo’n brave ziel niet, al liet hij zichzelf in alle bescheidenheid Old Shatterhand noemen. Ondanks het verzet dezer opvoeders werd Karl May gelezen en enkele jongens vertoefden met Kara ben Nemsi, de Held van het Avondland, i n dat Avondland.
Anderen waren in gezelschap van De Woudloper 4 en n o g anderen lieten zich willoos meesleuren op de vleugels der Jules Verne-fantasie 5, zoals die bloeit in de Reis naar de Maan 6 en dat hartbrekend schone Michael Strogoff, de Koerier van de Czaar 7.

*  *
*

Zij, die daar lazen, hoorden niets. En zij zagen niets. Zij waren niet op deze wereld. Ze waren in de wereld der verbeelding, die misschien een betere (en beslist een schonere!) is dan die waarin wij thans leven. De wereld waarin de deugd beloond en de euveldaad bestraft wordt. De wereld, waarin gewone mensen tot ongewone, zeer grootse, wereldschokkende daden komen. De wereld van Gulliver 8 van Crusoe 9, van Old Shatterhand, van Jimmy Hawkins en Lederkous 10.

Ach .... de wereld, waarin wij allang niet meer geloven en die we afgeschreven hebben, toen we de jaren des onderscheids bereikten. Ja .... maar toen we m e t ons verstand afscheid namen van misschien de beste jaren van ons leven. De jaren, waarin alles mogelijk was en waarin we nog dachten dat we zelf een grote rol zouden gaan spelen.
Dat lezen van die jongens en meisjes was in zeker opzicht onvergetelijk en ik zal het me lang blijven herinneren als een bijzonder plezierige ervaring. O ja .... zo lazen we dus t o e n! We gaven ons willoos over aan de grootmeesters der verbeelding en waren nog niet zover om ons af te vragen: ja, maar k a n dat nou allemaal wel?
Natuurlijk kan het allemaal, als men z’n hart maar wijd-open zet en z’n verstand thuislaat. Ik moet nog wel eens denken aan die oude leraar van me, die eens zei, toen ik een jaar of vijftien, zestien, was: de ellende begint pas goed als je gaat d e n k e n. Ik snapte er niet veel van en de uitspraak leek me nogal dwaas en onjuist. Langzamerhand ga ik inzien dat hij gelijk had. Sommige oude leraren plegen o wonder, altijd gelijk te krijgen, ook al pestten we ze eenmaal het bloed onder de nagels vandaan. Jammer dat we dit deden; ze hebben het werkelijk niet aan ons verdiend.

*  *
*

Toen i k lezend jong-Amsterdam die middag zag zitten in de leeszaal vergeleek ik het met de wijze waarop ik n u lees: wat is dat lezen anders dan het critisch kennis nemen van gedrukte mededelingen? Wat anders dan het min of meer onwillg aanvaarden van wijsheden en ervaringen van anderen? Men gelooft niet meer onvoorwaardelijk. Men laat zich niet meer meenemen op vleugels van andermans fantasie. Men weigert zonder meer alles maar te aanvaarden. Men heeft z’n eigen ideeën, z’n privé-opvattingen. Nee, men leest niet meer, men verzamelt gedachten van anderen.
Ik geloof dat die oude schrijvers ontzaglijk veel te maken hebben gehad met „de beste jaren van ons leven” we weten zo langzamerhand wel dat we geen helden zijn, dat geen nieuwe landen door ons ontdekt zullen worden, dat we geen uitvindingen zullen doen die de wereld de adem doen inhouden, dat we geen ridders zijn, doch hoogstens laaggezeten schildknapen. Maar eenmaal waren we die ridders, eenmaal waren we Crusoe, Lederkous en Kara ben Nemsi.
Ach .... waarom nu niet meer? Waarom maar zo luttel jaren, die voorbij waren eer we het wisten?

*  *
*

Wie er iets van wil zien, dat hij die Amsterdamse Leeszaal bezoeke, of welke andere leeszaal ook, in welke stad des lands, in welk dorp dan ook. Overal zitten ze over de boeken gebogen, onze ridders, wereldveroveraars en grootavonturiers. Daar, in die burchten der jeugd, vinden dagelijks de grootste en edelste wapenfeiten dezer eeuw plaats.
Ik denk dat in dit Podium paedagogische onjuistheden aan de lopende band gepleegd zijn. Het zij zo. Tenslotte kan men toch niet z’n h e l e jeugd verraden en verkopen, vrienden?





  [1]

In : Leeuwarder Courant : hoofdblad van Friesland, 11 maart 1953.
Vrijwel woordelijk hetzelfde artikel verscheen die dag in de Provinciale Provinciale Drentsche en Asser Courant.
Anthony Cornelis van Kampen (* 28 augustus 1911, † 6 mei 1991) was een Nederlandse schrijver, journalist en uitgever. Zijn bekendste drie boeken zijn de Ketelbinkie-trilogie, bestaande uit: »Ketelbinkie«, Ketelbinkie’s stuurmanstijd« en »Kapitein Jan van Leeuwen«. Andere trilogieën van zijn hand zijn Jungle (»Jungle Pimpernel. Controleur B.B.«, »Het laatste bivak« en »De verloren vallei«) en Demonen (»Wijkende wildernis« (=»Reizen in de Vóór-Tijd«), »Hart zonder haat« en »Prauw aan boord«), allebei over Nederlands Nieuw-Guinea, en Het leven van Mary Bryant (»De verbanning«, »De open boot« en »De terugkeer«) over Australië.

  [2]

Pieter Maurits Retief (* 12 november 1780, † 6 februari 1838) was een van de leiders van de Voortrekkers; hij werd vermoord door Dingaan kaSenzangakhona (* ± 1795, † 29 januari 1840; van 1828 tot zijn dood in 1840 koning van de Zoeloes en het Zoeloekoninkrijk), halfbroer, moordenaar en opvolger van de beruchte Shaka kaSenzangakhona, beter bekend als Shaka Zoeloe (* ± 1787, † september 1828; stamhoofd van de Zoeloes van 1816 tot 1828). Gerhardus („Gerrit”) Marthinus Maritz (* 1 maart 1797, † 23 september 1838) was ook een van de leider van de Voortrekkers.
Bij het eeuwfeest van de stad Pietermaritzburg in 1938 werd „bepaald” dat de stad vernoemd zou zijn naar beide leiders van de Voortrekkers; de naam Pieter Maritz is eerder een samensmelting van legenden om de twee personen.
Het eertijds zeer populaire jongensboek »Pieter Marits: Lotgevallen van een Transvaalschen Boerenjongen« (vertaling van: »Pieter Maritz, der Buernsohn von Transvaal« uit 1885 van Wilhelm Otto August Niemann (* 27 juni 1839, † 17 september 1919) is gebaseerd op de legendes rondom beide personen; het boek is verschenen in een tijd waarin men nog normaal zeer discriminerend dacht over negers „Franse studenten”.

  [3]

»Treasure Island« is een avonturenroman uit 1883 van de Schotse auteur Robert Louis Stevenson (* 13 november 1850, † 3 december 1894); de hoofdpersoon is een zekere Jim Hawkins: zou dat de reden zijn waarom Karl Mays held Sam Hawkens in minstens 101 van de 100 Nederlandse publicaties „Sam Hawkins” wordt genoemd?

  [4]

Gabriel Ferry (eigenlijk Eugène Louis Gabriel Ferry de Bellemare, * 29 november 1809, † 5 januari 1852) was een Frans auteur, voornamelijk van avonturenromans, waarvan »Une guerre en Sonora – souvenirs des côtes de l’Océan Pacifique«, »Les Squatters – La clairière du bois des Hogues, récit des côtes et de la mer«, »Costal l’Indien; roman historique. Scènes de la guerre de l’indépendance du Mexique«, »Les Révolutions du Mexique« en »Les aventures d’un Français au pays des caciques« bekend zijn, maar dank zij de bewerking van »Le Coureur des bois« voor kinderen door Karl May (»Der Waldläufer”, Gesammelte Werke, Band 70) is deze roman zijn bekendste werk geworden.

  [5]

Jules Verne (* 8 februari 1828, † 24 maart 1905) was een Frans auteur van avontuurlijke reisbeschrijvingen met nieuwe technieken, naar vele delen van de aarde en naar onbekende gebieden zoals de diepzee, het binnenste van de aarde en de maan. Hij wordt vaak gezien als de vader van de sciencefiction. Tijdens zijn leven verschenen maar liefst 72 romans en novellen van zijn hand: »Un drame au Mexique«, »Un drame dans les airs«, »Martin Paz«, »Maître Zacharius ou l’Horloger qui avait perdu son âme«, »Un hivernage dans les glaces«, »Cinq Semaines en ballon«, »Les Aventures du capitaine Hatteras«, »Le Comte de Chanteleine«, »Voyage au centre de la Terre«, »De la Terre à la Lune«, »Les Forceurs de blocus«, »Les Enfants du capitaine Grant«, »Vingt Mille Lieues sous les mers«, »Autour de la Lune«, »Une ville flottante«, »Aventures de trois Russes et de trois Anglais dans l’Afrique australe«, »Une fantaisie du docteur Ox«, »Le Pays des fourrures«, »Le Tour du monde en quatre-vingts jours«, »24 Minutes en ballon«, »L’Île mystérieuse«, »Le secret de l’île«, »Une ville idéale«, »Michel Strogoff«, »Hector Servadac«, »Les Indes noires«, »Un capitaine de quinze ans«, »Les Cinq Cents Millions de la Bégum«, »Les Tribulations d’un Chinois en Chine«, »Les Révoltés de la Bounty«, »La Maison à vapeur«, »La Jangada«, »Dix Heures en Chasse«, »L’École des Robinsons«, »Le Rayon vert«, »Kéraban-le-Têtu«, »L’Étoile du Sud«, »L’Archipel en feu«, »Frritt-Flacc«, »L’Épave du Cynthia«, »Mathias Sandorf«, »Un billet de loterie«, »Robur le Conquérant«, »Nord contre Sud«, »Gil Braltar«, »Le Chemin de France«, »Deux Ans de vacances«, »Famille-Sans-Nom«, »La Journée d’un journaliste américain en 2889«, »Sans dessus dessous«, »César Cascabel«, »Mistress Branican«, »Aventures de la famille Raton«, »Le Château des Carpathes«, »Claudius Bombarnac«, »P’tit-Bonhomme«, »Monsieur Ré-Dièze et Mademoiselle Mi-Bémol«, »Mirifiques Aventures de maître Antifer«, »L’Île à hélice«, »Face au drapeau«, »Clovis Dardentor«, »Le Sphinx des glaces«, »Le Superbe Orénoque«, »Le Testament d’un excentrique«, »Seconde Patrie«, »Le Village aérien (La Grande Forêt)«, »Les Histoires de Jean-Marie Cabidoulin«, »Les Frères Kip«, »Bourses de voyage«, »Un drame en Livonie«, »Maître du monde« en »L’Invasion de la mer«.
Daar kwamen tot 1919 nog eens negen postuum gepubliceerde romans bij. »Le Phare du bout du monde«, »Le Volcan d’or«, »L’Agence Thompson and Co«, »La Chasse au météore«, »Le Beau Danube jaune«, »En Magellanie«, »Le Secret de Wilhelm Storitz«, »Édom« en »L’Étonnante Aventure de la mission Barsac«.

  [6]

»De la Terre à la Lune« en „Autour de la Lune« (in het Nederlands vaak samengevoegd tot „Reis naar de maan«) zijn twee romans van Jules Verne (zie noot 5). Impey Barbicane, de voorzitter van de Gun-Club in Baltimore/Md., heeft een idee om een kanon te bouwen waarmee een projectiel naar de maan kan worden geschoten; zijn berekeningen tonen aan dat dit technisch gezien haalbaar moet zijn. Michel Ardan, een Franse journalist wil mer het projectiel meereizen, samen met Barbicane en diens oude vijand, kapitein Nicholl. Doordat een kleine meteoroïde komen projectiel en passagiers echter niet op de maan zelf, maar in een baan eromheen terecht. Na een tocht over het noordelijk halfrond en de schaduwzijde van de maan reist het projectiel terug naar de aarde, en plonst in zee. De drie passagiers zijn ongedeerd.

  [7]

Michel Strogoff is de hoofdpersoon uit de gelijknamige roman van Jules Verne (zie noot 5). Hij is een 30-jarige militair die van de tsaar de opdracht krijgt een boodschap naar diens broer, grootvorst van Irkoetsk, te brengen en zich aan niemand bekend te maken, omdat het oosten van Rusland onder voet wordt gelopen door de Tataren.

  [8]

»Gulliver’s Travels« is de populaire benaming van de satirische roman »Travels into Several Remote Nations of the World, in Four Parts. By Lemuel Gulliver, First a Surgeon, and then a Captain of Several Ships« uit 1726 door de Ierse schrijver Jonathan Swift (* 30 november 1667, † 19 oktober 1745).

  [9]

»Robinson Crusoe« – in Nederlandse vertalingen ook wel »Robinson Crusoë« – is een roman van de Engelse schrijver Daniel Defoe (* ± 1660, † 24 april 1731) over een schipbreukeling die 28 jaar lang op een onbewoond eiland leeft.

[10]

Nathaniel (Natty) Bumppo, bijgenaamd „Leatherstocking” (Lederkous), is de hoofd- en titelpersoon uit de Leatherstocking Tales-reeks - waarvan het bekendste deel »The Last of the Mohicans« is - van de Amerikaanse schrijver James Fenimore Cooper (* 15 september 1789, † 14 september 1851).







Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website