Iets uit het leven van „Old-Shatterhand”

Bij de herdenking van zijn sterfdag

H. J. H. 1


Ruim veertig jaar geleden stierf Karl May, de waarschijnlijk meest gelezen schrijver van Indianen-boeken. Om Karl May’s eigen woorden te gebruiken: 31 Maart 1912 ging „OldShatterhand” de eeuwige jachtvelden binnen. Millioenen mensen kennen zijn boeken. Hij schreef er tientallen. Allen kennen we: Winnetou, Het Testament van de Inca, De Schat in het Zilvermeer, De Petroleumkoning enz. enz., de meest gelezen Indianen-boeken, die ooit geschreven zijn. Ook de boeken uit een geheel andere serie, zoals: In het land van de Mahdi, Kara-Ben-Nemsi, de Held van het Avondland, De Verdwenen krijgskas, roepen bij velen uren van aangename ontspanning op.
Karl May was een betrekkelijk kleine man, met bijna wit haar. Uiterlijk had hij veel weg van een bescheiden ambtenaartje.
Nog steeds zijn er heel wat mensen, die beweren, dat Karl May nooit zijn eenvoudige huisje in Kötzschenbroda bij Dresden 2 verlaten heeft en dat al zijn verhalen van heldenmoed, eerlijkheid en spierkracht slechts verzinselen zijn van zijn fantasierijke geest. Niets is echter minder waar, want gezworven heeft hij en vele avonturen beleefd ook 3.

Een moeilijke jeugd

Karl May was de zoon van een arme Silezische 4 wever. Hij werd geboren in 1842 en al vroeg openbaarde zich bij hem het verlangen om hogerop te komen in de wereld. Als jongen van twaalf jaar vertelt hij al de meest fantastische verhalen aan zijn broers en zusters 5. Met veel moeite lukt het hem een studiebeurs te krijgen en hij komt dan op een seminarium om opgeleid te worden tot onderwijzer. In die tijd schrijft hij zijn eerste Indianenverhaal. Zonder iemand iets te zeggen stuurt hij het naar de redactie van „de Gartenlaube”. Hij krijgt echter een vriendelijk briefje als antwoord, dat het verhaal niet geschikt is voor publicatie.
Na verschillende minder aangename wederwaardigheden komt Karl May op een fabriek terecht 6. Het werk en ook het lage loon bevallen hem echter niet. Een horloge, dat hij zo graag wil hebben, kan hij niet kopen. Een oud klokje, van de boekhouder 7 geleend, wordt hem noodlottig. Men beschuldigt hem openlijk van diefstal. Heftig ontkent hij en op alle mogelijke manieren probeert hij te bewijzen, dat hij onschuldig is. Het helpt hem allemaal niets; hij wordt veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf. Dit was zijn eerste kennismaking met de gevangenis, maar zeker niet zijn laatste. Met het geven van lessen voorziet hij dan enige tijd in zijn onderhoud. In zijn binnenste woelt echter de drang naar avonturen en na enkele maanden voorbereiding gaat hij er vandoor naar Amerika.

Zijn eerste Indianenavontuur

In St. Louis leeft hij een tijdje als huisonderwijzer. Maar ook dat houdt hij niet uit en als landmeter bij de spoorwegbouw vertrekt hij naar het Verre Westen. En daar beleeft hij zijn eerste ware Karl May-avontuur. De Kiowa’s overvallen ’s nachts het werkkamp en Karl May en zijn makkers worden als gevangenen weggevoerd.
Maar ........ de nacht daarop worden ze door de edele hoofdman der Apachen bevrijd! 8
Was het inderdaad zo?!
Of het historisch volkomen juist is, weet men heden ten dage nog steeds niet. Maar in ieder geval is dit de nacht geweest, waaraan alle jongens en ook ouderen de figuren Old-Shatterhand en Winnetou te danken hebben. Toen zijn ze door de fantasierijke geest van Karl May geschapen.
Karl May gaat dan weer terug naar Europa. Onderweg verdient hij de kost met het houden van voordrachten en het schrijven van korte verhaaltjes voor kalenders. Vol vuur gaat hij nu ook pleiten voor de redding van het Indiaanse ras. Hij is een der eersten, die de ondergang ervan voorziet. Maar hoewel dus bezield met dergelijke mooie gedachten, belet dit hem niet in Leipzig in vele grote zaken op onbeperkt crediet te kopen. Overal zoekt men de oplichter. Deze zwerft echter allang weer in het buitenland rond. Nu is het de Balkan, Griekenland en Arabië. Na vele omzwervingen keert hij over Constantinopel naar Duitsland terug, waar hij onmiddellijk gearresteerd wordt. Het lukt hem echter met een ongeladen buks zijn bewaker te bedreigen en te ontvluchten. 9 Hij gaat weer naar Arabië en bestudeert daar de taal van de verschillende stammen. Opnieuw trekt hem zijn vaderland en hij waagt zich in Oostenrijk. Bij Tetschen 10 wordt hij gevangen genomen en uitgeleverd aan Duitsland. Tevergeefs tracht hij zich te laten doorgaan voor een zekere Albin Wadenbach uit Martinique. Hij wordt tot vier jaar gevangenisstraf veroordeeld, door te brengen in het gesticht „Waldheim” 11. Na enige tijd krijgt hij toestemming om te lezen en te schrijven.

Gelouterd

Voor een mens, die de vrijheid en het leven in de vrije natuur zo liefhad, waren deze jaren een martelende kwelling. Maar veel had Karl May nagedacht en als een gelouterd mens verliet hij het gesticht. Het parool in zijn gehele verdere leven luidt voortaan: Het goede moet beloond worden, het kwade gestraft. Deze moraal spreekt uit al zijn boeken. Hoewel Karl May nog steeds onder politie-toezicht staat, begint hij in zijn huisje bij Dresden 12 naam te maken. IJverig leest hij de boeken van Cooper 13 en Sealsfield 14. Spoedig overtreft hij dezen verre in populariteit, vooral door zijn figuren, Winnetou, de edele Indiaan met zijn zilverbuks en Old-Shatterhand, de dappere jager met de al even bekende Berendoder en Henry-buks. Old-Shatterhand was de verpersoonlijking van het goede, de verbitterde vijand van alle booswichten en de man met spieren van staal. Wel een heel ander mens dan Karl May zelf. Na enkele jaren zijn Karl May en Old-Shatterhand dezelfde persoon geworden. Uit alle delen der wereld, van jong en oud, ontvangt hij brieven gericht aan: Old-Shatterhand, Kötzschenbroda bij Dresden. En allen krijgen een brief terug, ondertekend met „Old-Shatterhand.” Deze reclame maakte de oplagen van zijn boeken nog groter. Maar zijn grootste verdienste is toch wel, dat over de gehele wereld belangstelling begon te ontstaan voor het Indianen-vraagstuk en dat het mede aan hem te danken is, dat de Noordamerikaanse Indianen niet volledig zijn uitgeroeid. Ondanks zijn zwakheden was hij een groot mens.





  [1]

In : Nieuwsblad van het Noorden, 28 maart 1953.
Wie er schuil gaat achter de initialen H. J. H., weet ik niet.

  [2]

Van de zeventig jaar die Karl May geleefd heeft, heeft hij slechts ongeveer 1½ jaar in Kötzschenbroda (sinds 1924 een stadsdeel van Radebeul) gewoond. Het „huisje” was Villa „Idylle” aan de Schützenstraße 6, Kötzschenbroda (tegenwoordig de Wilhelm-Eichler-Straße 8, Radebeul). Daarna heeft hij nog in twee andere „huisjes” in het huidige Radebeul gewoond, alvorens in december 1895 of januari 1896 Villa „Shatterhand” te betrekken, zijn eerste koopwoning, die te groot is om als „huisje” te betitelen.

  [3]

In 1953 waren er inderdaad nog mensen die geloofden in de „vroege reizen”-theorie. Al in 1918 ontkrachtte zijn zus Karoline Wilhelmine May wed. Selbmann (* 9 juni 1849, † 1 december 1945) deze theorie volledig. Ook van reizen naar de Balkan, Griekenland en Arabië en Constantinopel - waarover verderop in het artikel bericht wordt - was geen sprake.

  [4]

Heinrich August May (* 18 september 1810, † 6 september 1888), Karl Mays vader, was geen Silezsiche, maar een Saksische wever; het is zelfs nog maar de vraag of hij überhaupt ooit in het niet eens zo gek ver weg gelegen Silezië is geweest. Waarschijnlijk is H. J. H. in de war met Gerhart Hauptmanns (* 15 n ovember 1862, † 6 juni 1946) toneelstuk »Die Weber« of Heinrich Heines (* 13 december 1797, † 17 februari 1856) gedicht »Die schlesischen Weber«.

  [5]

Karl May had in totaal zeven zussen en drie broers; die drie broers, die tijdens Karls leven geboren werden, werden 166, 102 resp. 119 dagen oud en het is dus maar de vraag of Karl zulke jonge kinderen al verhaaltjes vertelde; toen Karl twaalf was, zoals in dit artikel staat, waren ze in ieder geval alle drie al dood, net als drie van zijn zusjes. Van zijn zeven zussen bereikten er vier de volwassen leeftijd, dus die kan hij wel verhaaltjes hebben verteld. Hij had ook nog een ouder zusje en twee oudere broertjes, maar ook die zijn alle drie al gestorven vóór Karls geboorte.

  [6]

Als onderwijzer aan fabriekskinderen.

  [7]

Bedoeld wordt Julius Hermann Scheunpflug (* 10 juli 1820, † ?), boekhouder bij de fabrieken van Claus en/of Solbrig in Altchemnitz en kamergenoot van Karl May; eigenaar van het uitgeleende zakhorloge en de meerschuimen pijp.

  [8]

In »Winnetou I« (Gesammelte Werke, Band 7) is het nou juist Karl May, die Winnetou en diens vader Intschu-tschuna bevrijdt.

  [9]

Bedoeld wordt de ontsnapping bij Kuhschnappel op 26 juli 1869, maar daar kwam geen geweer - geladen of ongeladen aan te pas: Karl May ontsnapte aan zijn bewaker met een smoesje over een sanitaire stop.

[10]

Tetschen is het huidige Děčín in Tsjechië. Tsjechië behoorde tot 1918 tot Oostenrijk-Hongarije.

[11]

Waldheim was een tuchthuis; het begrip „gesticht” wordt hier te lande gebruikt voor een instelling voor geestelijk gehandicapten, ook wel gekkenhuis genaamd.

[12]

Karl May stond na zijn derde gevangenisstraf onder politietoezicht: van 3 mei 1774 t/m 2 mei 1876. Hij woonde toen zéér kortstondig in Dresden op kamers, werd al snel opgespoord en moest toen weer naar Ernstthal teruggaan. Vandaar uit schreef hij verhalen en stuurde die naar Heinrich Gotthold Münchmeyer (* 29 juni 1836, † 6 april 1892), die ze publiceerde.

[13]

James Fenimore Cooper (* 15 september 1789, † 14 september 1851) was een Amerikaans schrijver, die vooral bekendheid verwierf met zijn zeeverhalen en historische verhalen, de vijfdelige Leatherstocking Tales: »The Deerslayer. The First War Path«, »The Last of the Mohicans. A Narrative of 1757«, »The Pathfinder. The Inland Sea«, »The Pioneers. The Sources of the Susquehanna; A Descriptive Tale« en »The Prairie. A Tale«, met Natty Bumppo (bijgenaamd »Leatherstocking« en »Hawkeye«) in de hoofdrol; het tweede boek uit deze reeks, »The Last of the Mohicans« wordt door vriend en vijand beschouwd als zijn meesterwerk.

[14]

Charles Sealsfield was het pseudoniem van de Oostenrijkse schrijver Carl Anton Postl (* 3 maart 1793, † 26 mei 1864), die lange tijd in de Verenigde Staten leefde en uiteindelijk zelfs Amerikaans staatsburger werd. Tot zijn bekendste werken behoren o.a. »Die Vereinigten Staaten von Nordamerika, nach ihrem politischen, religiösen und gesellschaftlichen Verhältnisse betrachtet. Mit einer Reise durch den westlichen Theil von Pennsylvanien, Ohio, Kentucky, Indiana, Illinois, Missouri, Tennessee, das Gebiet Arkansas, Mississippi und Louisiana«, »Tokeah; or the White Rose«, »Transatlantische Reiseskizzen und Christophorus Bärenhäuter«, »Neue Land- und Seebilder: Die Deutsch-Amerikanischen Wahlverwandtschaften« »Das Cajütenbuch oder Nationale Charakteristiken«, »Das blutige Blockhaus« en »Die Grabesschuld: Nachgelassene Erzählung«.







Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website