Karl May leeft voort in racefietsen van Bustraan

(anoniem) 1


(Van een speciale verslaggever).
AMSTERDAM, 5 Juni. — Kleine zaken hebben vaak grote gevolgen. Een dier (uiterlijk) kleine zaken staat in de Westerstraat, waar Ome Willem 2 en zoon Wim 3 fietsen bouwen. En de grote gevolgen bestaan uit ontelbare nationale en wereldkampioenschappen, in binnen- en buitenland gewonnen op deze karretjes uit het hart van de Jordaan.



Laatste inspectie van de „Rih” waarop Schulte vanmorgen de Ronde van Nederland 1951 begint. Van links naar rechts: Henk Lakeman (winnaar 1950), fietsenbouwer Wim Bustraan, Gerrit Schulte en Frans Vos.



Een jaar of veertig geleden begon de ruim twintigjarige wielrenner Willem Bustraan op een zolder in de Tollensstraat, samen met zijn broer Joop 4, die nog steeds in de wielersport zit als gangmaker van Cor Bijster 5. Daarna verhuisde de zaak naar de Eerste Boomdwarsstraat en nu zit Willem al 18 jaren op de Westerstraat.

Old Shatterhand ...


Ome Willem heeft net als alle mannen in zijn jongensjaren Karl May’s avonturenboeken verslonden. Weet ge nog, hoe de held onzer jeugd Old Shatterhand zijn paard op kritieke momenten een geheimzinnig woord in het gespitste oor fluisterde? Dat woord was „Rih”, hetgeen (althans volgens May) „snel als de wind” betekende.6 Dat woord staat nu op dozijnen frames, waarop Schlebaum 7, Blekemolen 8, Schulte 9, Cor Bakker 10, Ben van der Voort 11, Arie Vooren 12, Joep Savelsberg 13 en vele andere renners lauweren oogstten. Vorig jaar b.v. waren het Rihs waarop Jan Derksen 14 de Grand Prix de Paris, Arie van Vliet 15 het kampioenschap van Nederland, Jan Pronk 16 het kampioenschap achter motoren en Henk Lakeman 17 de Ronde van Nederland won.

Fiets aanmeten


Ome Willem en zijn 36-jarige zoon Wim, die al 20 jaar zelf niet kan wielrennen, omdat hij te veel fietsen voor anderen moet bouwen, maken geen confectie. Alles is naar maat. Wat de twee Bustraans niet van weg-, baan- en stayerfietsen weten, is de moeite van het weten ook niet waard. Gerrit Schulte heeft voor zijn lange armen een extra lang voorframe nodig, Peters 18 moet juist een korte bovenhuis hebben. Cor Best 19 reed jarenlang op een fiets-naar-eigen-idee; toen hij zich eindelijk had laten bepraten en op de Rih-naar-maat de Ronde van Nederland 1949 reed, kwam hij na afloop in de Westerstraat bedanken: „Al die jaren heb ik er op gezeten zoals het juist niet moest!” Wie geen renfiets heeft, die volkomen op zijn lichaamsbouw is afgestemd, kan nooit in zijn kracht komen, zoals de renners het uitdrukken.
Om 10 uur vanmorgen is op de Dam de start voor de Ronde van Nederland 1931. Dus was het gistermiddag bij Ome Willem drukker dan ooit Schulte, Lakeman en Frans Vos 20 uit de A-ploeg, Gé Peters en Gerry Loos 21 uit de B-ploeg. Jan Lambrichs 22 uit de C-ploeg en Gerrit Blaauw 23 uit de internationale équipe kwamen hun Rih’s ophalen en proberen.

„Ome Gerrit” met foto’


Zodra Schulte uit zijn zwarte Jaguar stapte, schoten twee schoffies toe: „Ome Gerrit magge me een foto van je?” Ome Gerrit dook gedwee in een koffer, diepte twee zelfportretten op: „Asjeblief en nou vort met jelui, want Ome Gerrit heeft ’t druk!” Vreugdekreten slakend stormde het tweetal overgelukkig de Tweede Tuindwarsstraat in.
Binnen betast Schulte zadel, pedalen, stuur van fiets en reservefiets, bekijkt de vier reservewielen. Dan grijpt hij een witgelakt karretje en holt de deur uit: „Even kieken wat-ie zegt!” Zo zie je hem nog, zo is hij verdwenen. De Lange, zoals zijn collega’s hem om begrijpelijke redenen noemen, stormt de Westerstraat af en jaagt zelfs een juist uitrukkende brandweerauto voorbij.
Na een kwartier is hij weer terug en van de straat tot de werkplaats schalt zijn stem: „Prima, prima, prima!” Ome Willem glundert: „Ze weten alles van wielrennen, maar niets van hun karretjes”. Zoon Wim zegt: „Als je vakman én liefhebber bent, kun je wat moois maken, da’s duidelijk”. Henk de Hoog 24, een Nederlands renner die meestal in België rijdt, maar in de Jordaan zijn spullen laat bouwen, getuigt: „Als je hier je fiets brengt, heb je nooit geen zorgen nie”. En dus is ieder tevreden en vol goede moed voor de zesdaagse strijd, die hedenmorgen ontbrandt
De uitslag? Daarover laat niemand zich uit. Léon Sonnet 25, de ervaren Zuid-Belgische soigneur die eerst Pellenaar 26 en Slaats 27, toen Pijnenburg 28 en Wals 29 en nu sinds vijf jaren Schulte verzorgt, haalt zijn schouders op: „Alle équipes zijn van gelijke sterkte Er zijn maar 56 renners, dat is weinig. De strijd wordt er harder door, maar tegelijkertijd sportiever. We zullen zien!” Vraagt ge Gerrit Schulte. van wie hij in het individuele klassement de meeste rivaliteit vreest, dan luidt het antwoord voorzichtig: „In een Ronde van Nederland is zelfs de slechtste renner je concurrent”. En hij ontvlucht verdere vragen door naar de schoenmaker te hollen om nog even „wat ijzer onder tijn sloffen te laten slaan”.
Wat zullen de komende 1343 kilometers brengen?





  [1]

In: De Telegraaf, 6 mei 1951.

  [2]

Willem Bustraan sr. was bankwerker en gasfitter in de Westergasfabriek, maar begon samen met zijn broer Joop in 1921 de fietsenfabriek RIH.

  [3]

Wim Bustraan (* 21 september 1915, † ?) fabrikant van de RIH-fietsen in Amsterdam (Westerstraat 150) van 1948 tot 1973, zoon van Willem Bustraan sr. die samen met zijn broer Joop de RIH-fabriek had opgericht in 1921. Er zijn in totaal 63 wereld- en Olympische titels behaald met een RIH fiets. Met de opkomst van de grote gesponsorde wielerploegen, vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw, waardoor renners materiaal ter beschikking kregen van een sponsor (daarvoor schaften wielrenners vaak hun eigen materiaal aan), werden de successen langzaamaan minder. Of minder zichtbaar, want veel kampioenen reden op een Rih die was „omgecut” door hun sponsor.

  [4]

Joop Bustraan (* februari 1897, † ?) was bankwerker en gasfitter in de Westergasfabriek, maar begon samen met zijn broer Willem (sr.) in 1921 de fietsenfabriek RIH. Daarnaast was hij wielrenner.

  [5]

Cor Bijster (* 13 december 1922, † 24 oktober 1998) was een Nederlands wielrenner.

  [6]

Als „Old Shatterhand” reed Karl May (in zijn fantasie) op Hatatitla, het paard dat hij van Winnetou had gekregen. Rih daarentegen treedt op in de Oriëntcyclus, waarin hij onder de naam „Kara Ben Nemsi” het paard van Mohammed Emin, de sjeik van de Beni Haddedihn, zou hebben gekregen.

  [7]

John Schlebaum (* 27 februari 1897, † 28 januari 1966) was een Amsterdamse wielrenner met als specialiteit stayeren; hij werd viermaal Nederlands kampioen in die discipline. Als John een wedstrijd gewonnen had, dan reed hij zijn ereronde met een opgestoken sigaar. Daarom bracht een sigarenfabrikant Agio de speciale Schlebaum-sigaar uit, de sigaar voor winnaars. Eind 1933 stopte hij met wielrennen en opende een sigarenzaak in Amsterdam-Noord waar natuurlijk ook de Schlebaum-sigaar werd verkocht.

  [8]

Cornelis („Cor”) Blekemolen (* 7 februari 1894, † 28 november 1972) was een Nederlands baan- en wegwielrenner; hij was prof van 1914 tot 1935 en had als bijnaam „The Flying Dutchman”. In 1914 werd hij zowel Nederlands als wereldkampioen bij het stayeren op de baan bij de amateurs; die laatste wedstrijd werd verreden in Kopenhagen; omdat de Eerste Wereldoorlog net was uitgebroken werden alle andere wedstrijden van het wielerkampioenschap afgelast en omdat de grens met Duitsland gesloten was, moest Blekemolen per boot terugreizen via Engeland. In 1920 en 1931 werd hij nogmaals Nederlands kampioen stayeren, maar nu bij de profs.

  [9]

Gerardus („Gerrit”) Bernardus Maria Schulte (* 7 januari 1916, † 26 februari 1992) was een Nederlandse wielrenner, die in de tijd rond de Tweede Wereldoorlog een van Nederlands populairste coureurs was; in totaal haalde hij meer dan 100 overwinningen op de weg en meer dan 200 op de baan. Hij nam één keer deel aan de Tour de France en won daarin een etappe.

[10]

Cor Bakker (* 2 september 1918, † 18 december 2011) was van 1942 tot 1955 een Nederlands profwielrenner, zowel op de wielerbaan als op de weg. In 1948 won hij één etappe in de ronde van Nederland en in 1952 won hij de Zesdaagse van Barcelona, samen met Henk Lakeman (zie noot 17).

[11]

Bernardus („Ben”) Johannes van der Voort (* 7 oktober 1914, † 12 maart 2002) was een Nederlandse weg- en baanwielrenner. Hij nam deel aan de Olympische Zomerspelen van 1936 in Berlijn waar hij samen met Chris Kropman, Gerrit van Wees en Adrie Zwartepoorte dertiende werd op de ploegenachtervolging. In 1941 werd hij Nederlands kampioen individuele achtervolging en in 1946 Nederlands kampioen stayeren.

[12]

Arie Vooren (* 11 januari 1923, † 3 juni 1988) was een Nederlands wielrenner, die zowel op de weg als op de wielerbaan actief was. Hij nam deel aan onder andere aan de Vuelta Ciclista a España en de Tour de France; die laatste kon hij niet uitrijden vanwege een zonnesteek. In 1947 won hij de 50 kilometer tijdens de Nederlandse kampioenschappen baanwielrennen.

[13]

Joep Savelsberg (* 4 juli 1916, † 1 maart 2000) was een Nederlands wielrenner.

[14]

Johannes („Jan”) Wilhelmus Derksen (* 23 januari 1919, † 22 mei 2011) was een Nederlands baanwielrenner die jarenlang duels uitvocht met Arie van Vliet (zie noot 15). Hij werd in 1946 en 1957 wereldkampioen sprint.

[15]

Arie Gerrit van Vliet (* 18 maart 1916, † 9 juli 2001) was een Nederlands wielrenner: een baansprinter van wereldniveau. Op de Olympische Spenen van Berlijn in 1936 won hij goud op het onderdeel 1 kilometer tijdrit. Een dag eerder haalde hij zilver op de sprint, maar hij werd tijdens de finale gehinderd door een Duitser, die niet gediskwalificeerd werd en het goud kreeg. In 1938, 1948 en 1953 won hij de wereldtitel sprint wél.

[16]

Jan Pronk (* 19 oktober 1918, † 15 maart 2016) was een Nederlands baanwielrenner. Hoewel hij zelf liever deelnam aan sprintwedstrijden werd hij, als outsider, in 1951 wereldkampioen stayeren op de Vigorelliwielerbaan in Milaan.

[17]

Henk Lakeman (* 30 augustus 1922, † 8 april 1975) was een Nederlands wielrenner. prof van 1942 tot en met 1954; hij behoorde zowel op de weg als op de baan tot de vaderlandse top. In 1952 won hij samen met Cor Bakker (zie noot 10) de Zesdaagse van Barcelona, maar zijn grootste prestatie was het winnen van de Ronde van Nederland in 1950. Zijn bijnaam was „De Zingende Wielrenner”, doordat hij liefhebber was van operettes en optrad in een Tour de Chant voor de radio; toen hij vanwege hartproblemen in 1954 zijn wielercarrière moest beëindigen, vond hij emplooi als opera- en operettezanger.

[18]

Gerard („Gé”) Peters (* 31 juli 1920, † 6 april 2005) was een Nederlandse wielrenner, die voornamelijk op de baan reed. Hij reed eenmaal de Tour de France en wel in 1951, de Tour waarin Wim van Est (* 25 maart 1923, † 1 mei 2003) in de gele trui het ravijn in reed. Peters was een van de renners die stopte aan de rand van het ravijn, alwaar hij de historische woorden „Het is net een boterbloem” sprak. De hele Nederlandse ploeg werd een dag na deze valpartij door ploegleider Kees Pellenaars (zie noot 26) uit de koers gehaald. Als baanrenner werd Peters in 1946 wereldkampioen achtervolging en won hij zes zesdaagses, alle zes met Gerrit Schulte (zie noot 9) als partner.

[19]

Cor de Best (* 2 juli 1918, † 27 januari 2006) was een Nederlandse wielrenner. In 1942 won De Best het Nederlands kampioenschap wielrennen voor onafhankelijken, maar de meeste successen behaalde hij als baanwielrenner in het stayeren: na zes tweede plaatsen op het Nederlands Kampioenschap stayeren won hij deze discipline in 1953.

[20]

Frans Vos (* 22 februari 1925, † 14 april 2001) was een Nederlands wielrenner, die beroeps was tussen 1950 en 1951 en in 1954. Hij nam eenmaal deel aan de Tour de France, maar moest opgeven, officieel wegens een zonnesteek, maar in werkelijkheid was de moraal weg nadat bijna zijn gehele ploeg geëlimineerd was.

[21]

Gerrie Loos (* 10 oktober 1921, † 31 mei 1991) was een Nederlands wielrenner.

[22]

Leonardus Joannes („Jan”) Antonius Lambrichs (* 21 juli 1915, † 28 januari 1990) was een Nederlands wielrenner. Lambrichs was aanvankelijk baanrenner, maar omdat op de baan in de jaren 1930 niet veel meer te verdienen was, schakelde hij over op wegwedstrijden. In 1939 nam hij deel aan de Tour de France en werd daarbij achtste in het eindklassement. Tussen 1941 en 1954 was hij profwielrenner, maar zoals zo vele van zijn generatiegenoten stond de Tweede Wereldoorlog een succesvolle carrière in de weg, maar na de oorlog, in 1946, nam hij deel van de Vuelta Ciclista a España, schreef twee etappes op z’n naam en eindigde als derde in het algemeen klassement.

[23]

Gerrit Blaauw (* 13 juni 1920, † 19 februari 2009) was een Nederlands wielrenner, van wie we alleen weten dat hij in 1951 33e werd in de Ronde van Nederland.

[24]

Henk de Hoog (* 12 augustus 1918, † 8 mei 1973) was een Nederlands wielrenner, die beroeps was tussen 1939 en 1953. De Hoog woonde tijdens zijn wielercarrière in Borgerhout en hij heeft dan ook veel in België gekoerst. Mede vanwege de Tweede Wereldoorlog is zijn erelijst beperkt gebleven. In 1949 werd hij vierde in de Ronde van Nederland en won daarin een etappe. Verder eindigde hij bij het Nederlands kampioenschap vier keer bij de eerste tien. Hij startte in 1948, 1949 en 1950 in de Tour de France, maar hij haalde om diverse redenen nooit de aankomst in Parijs.

[25]

Léon Sonnet (* 21 juli 1904, † 2 maart 1986) was een Belgisch wielrenner; hij won zestien eendaagse wegwedstrijden en deed in 1929 mee aan de ronde van Vlaanderen, waarin hij als 24e eindigde in het algemeen klassement. na zijn actieve carrière werd hij soigneur.

[26]

Cornelis („Kees”) Petrus Pellenaars (* 10 mei 1913, † 30 januari 1988) was een Nederlands wielrenner en ploegleider. Als coureur was hij in 1934 de eerste Nederlander die wereldkampioen op de weg werd. Weliswaar bij de amateurs, maar het was toch uitzonderlijk omdat in die tijd het baanwielrennen in Nederland de boventoon voerde. Twee jaar later werd hij Nederlands kampioen op de weg. In 1950 maakte een ernstig ongeluk een einde aan zijn actieve carrière: tijdens de Ronde van Duitsland reed hij met 80 kilometer per uur tegen een Amerikaanse legertruck op en raakte daarbij zo zwaargewond dat een Belgische krant al een necrologie afdrukte. Een jaar later werd hij ploegleider van de Nederlandse ploeg die deelnam aan de Tour de France, met o.a. Wim van Est (* 25 maart 1923, † 1 mei 2003) en Gé Peters (zie noot 18) in de gelederen.

[27]

Frans Slaats (* 11 juni 1912, † 6 april 1993) was een Nederlandse beroepswielrenner en in de jaren ’30 een vermaard baanwielrenner, vooral als zesdaagswielrenner. De meeste roem vergaarde hij door op 29 september 1937 het werelduurrecord op de baan te verbeteren op de Velodromo Vigorelli in Milaan en dit op 45,558 km/h bracht. Helaas was de roem van korte duur, want een maand later werd het record alweer verbeterd. Hij won vijf zesdaagsen in Europa, maar toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was hij samen met een aantal andere Europese renners in Argentinië voor de zesdaagse van Buenos Aires. Hij bleef er tot het einde van de oorlog en won er in 1944 de Zesdaagse van Buenos Aires. Toen de oorlog was afgelopen en hij naar huis kon, vernam hij dat vier broers door de nazi’s als represaille waren vermoord.

[28]

Johannes („Jan”) Baptist Norbertus Pijnenborg (* 15 februari 1906, † 2 december 1979) was een Nederlands wielrenner, die in de jaren ’30 vele successen behaalde op de baan: van de in totaal 50 zesdaagsen, die hij reed, won hij er 17. In 1934 reed hij een wereldrecord op de 5 kilometer. Hij werd vier keer Nederlands kampioen bij de profs, driemaal op de achtervolging en eenmaal op de 30 kilometer. Toen Pijnenburg in het huwelijk wilde treden kreeg hij van de burgerlijke stand te horen dat zijn familienaam officieel Pijnenborg was, maar hij was toen al zo bekend dat hij zijn naam ongewijzigd liet.

[29]

Cornelis („Cor”) Dirk Wals (* 26 februari 1911, † 5 april 1994) was een Nederlands wielrenner, die in de jaren ’30 een bekend zesdaagse-koppel vormde met Jan Pijnenburg (zie noot 28). Van de 39 zesdaagsen die hij reed, won hij er zeven. Driemaal werd hij Nederlands kampioen stayeren.
Tijdens een wedstrijd in Amsterdam in 1941 vergooide Cor Wals in één klap de grote populariteit die hij had opgebouwd, door zich te kleden in een shirt met de runentekens van de SS en door een Hitlergroet te brengen. Hij bleek al een jaar lid te zijn van de Nederlandsche SS en trad later toe tot de Waffen-SS. Na zijn opleiding vocht hij als Rottenführer (soldaat 1ste klasse) aan het oostfront en daarna werd hij kampbewaarder.







Terug naar de Nederlandstalige bibliografie.

Terug naar de Karl May-startpagina.

Terug naar de Apriana-startpagina.



Google
www op deze website