Wurgende greep 1


HET beginsel van alle strategie is, in wezen, wonderlijk eenvoudig, hoe gecompliceerd het moge lijken en hoe abstract ook klinkt de beroemde definitie:„Strategie is de kunst om overmacht te brengen op een beslissend punt.”
      Als twee menschen met elkaar op leven en dood vechten, zijn er verschillende methodes, welke zij kunnen toepassen om den ander om hals te helpen. Indien wij de kwestie van wapens buiten beschouwing laten, - dus een strijd ten voorbeeld nemen, geleverd met de bloote handen, dan is het denkbaar, dat zij op elkaar inhakken met handen en vuisten, tot een van hen uitgeput is en daarna deskundig wordt geliquideerd.
      Dit is een zeer ruwe en onwetenschappelijke methode, welke in de krijgsgeschiedenis een parallel vindt in den oorlog 1914-1918, waarin aan beide zijden blunders gemaakt werden, die er roe leidden, dat militair geen der twee partijen een beslissend succes kon behalen, zoodat ten laatste de graad van binnenlandsche uitputting bepaalde, wie het eerst zou inn zijgen.
      Wetenschappelijk zuiverder is de methode, waarbij elk der strijdenden tracht, den ander te treffen op een „beslissende” plaats, welk treffen den ander buiten gevecht stelt.
      Kan bijvoorbeeld een der strijders den ander een stoot toedienen op de solar plexus - een stoot, welke hem voor geruimen tijd doet apegapen, - dan is de strijd eveneens beslist.
      De zuiverste illustratie van het beginsel der strategie, evenwel, vindt men in het hypothetische geval van twee strijdenden waarvan de een den ander bij de keel heeft, terwijl de ander nog eenigen tijd met slaan en stompen kan voortgaan.
      De greep op de keel is - mits lang genoeg volgehouden, absoluut beslissends doodelijk. Nu doet het er verder niets toe, wat de bij zijn keel gegrepene nog doet, - het is alles hopeloos. Hij kan zijn tegenstander zijn neus tot pulp pletten, - hem zijn ooren omdraaien, zijn armen openkrabben en stompen toedienen...... als hij er niet in slaagt, de greep om zijn keel los te maken, is alle schade, den tegenstander toegebracht, van geen enkel beslissend belang, omdat zij gn van alle den tegenstander buiten gevecht stellen of nopen, zijn wurgende greep los te laten.
      Een wurgende greep in de oorlogvoering van heden is de oorlogvoering der As tegen de geallieerde scheepvaart. Zooveel te zuiverder is deze parallel, omdat de scheepvaart vanuit Engeland naar alle deelen der wereld inderdaad ademhaling en bloedsomloop is voor het Britsche Imperium. Het eiland Engeland, het hoofd van den Imperium-romp, kan niet bestaan, zonder den bloedsomloop van import en export. Het zijn juist deze vitale slagaderen, welke langzaam maar onafwendbaar zeker worden dichtgeknepen.
      Het vreemde van een oorlog tegen een handelsvloot is, dat deze oorlog niet aan plaats gebonden is. Of een schip tot zinken wordt gebracht in de monding van de Theems, in de Caraibische Zee, de Middellandsche Zee of de St. Laurens, is van geen importantie. De hoofdzaak voor den aanvaller is, dat het schip zinkt. Dit brengt, uiteraard, den verdediger in de zeer ongunstige dwang-positie, dat hij op elk punt van den oceaan in staat moet zijn, zich effectief te verdedigen...... terwijl de aanvaller het punt van aanval naar eigen believen kan uitzoeken. De verdediger moet, wil hij effectief kunnen verdedigen, vele malen mr tonnage bouwen aan defensieve-, de aanvaller aan offensieve wapenen.
      Wij willen erop wijzen, dat elke slag, welken de geallieerden aan Duitschland kunnen toebrengen, een verspilling van krachten is...... als de geallieerden niet in staat blijken, f een einde te maken aan de wurgende greep op de slagaderen van het Britsche Rijk, f, anderdeels, in staat blijken, Duitschland een slag toe te dienen welke ven doodelijk is als het langzame afsnijden der toevoerlijnen.
      Er is maar n mogelijkheid, welke voor het tweede aspect in aanmerking komt: de hypothese van een Russische overwinning te land. Alln dit kon den slag vormen, welke voor Duitschland doodelijk is. (Zooals de eenige effectieve verdediging voor den bij zijn keel gegrepen man zou zijn een rake stomp in den maag van den ander).
      Let wel: Alln een bolsjewistische overwinning te land kan Duitschland doodelijk treffen. Komt deze niet, - dan is elk verweer van Engeland slechts het wanhopige, wilde slaan van den man die bij zijn keel gegrepen is. Niemand zal beweren, dat, vr de aderen genoegzaam zijn dichtgeknepen, niet enorme schade kan worden aangericht, met name door luchtbombardementen.
      Maar deze schade is niet doodelijk-kwetsend. Huizen en steden kunnen worden opgebouwd, zooals de overwinnaar in den tweekamp pleisters plakt op de wonden, welke hem in de laatste minuut door den wanhopigen ander zijn toegebracht. Met steden platgooien echter krijgt men gn volk op de knien. Wat Engeland tegen Duitschland onderneemt, kan schade opleveren - groote schade zelfs - maar het is geen doodelijke schade. De Duitsche repressaille-bombardementen op Engeland ook, zullen het Engelsche volk niet op de knien dwingen, - slechts een dwaas zal dit meenen.
      Engeland is echter onderworpen aan iets....... vele malen erger dan eenig bombardement: de greep op zijn keel, - op de slagaderen van zijn verbindingslijnen... een greep, waarvan het doodelijk effect telkens werd uitgesteld, als even lucht toevloeide door het overnemen van andere koopvaardijvloten...... een greep, welke sinds drie jaar steeds krachtiger wordt...... een greep, welke, zooals gebleken is - niet losgemaakt kan worden - een waarlijk w u r g e n d e greep. Waartegen geen wanhopig gespartel baat.

W. W. W.





[1]Artikel uit „De Residentiebode” (’s-Gravenhage , 15-05-1942).