PETROLEUM 1


HET is een bekend woord, dat de geallieerden in ’14-’18 naar de victorie voeren op ’n zee van petroleum. ’n Feit is, dat de petroleumproductie van ’t district Texas in de Vereenigde Staten in den loop van den wereldoorlog tot het twaalfvoudige steeg. Bij oppervlakkige beschouwing moge het dan ook lijken, dat de geallieerden thans, in het midden van dezen tweeden wereldoorlog, van niets een grooteren overvloed zullen hebben dan juist van benzine voor automobielmotoren en vliegtuigen. Niets is echter minder juist...... tengevolge van de herwaardeering van vele waarden, die onwrikbaar vast schenen te staan, doch uiterst labiel bleken na de recente Japansche explosies in Oost-Azië. Bovendien is de petroleumsituatie sinds 1918 zeer ingrijpend van aard gewijzigd ten gevolge van de geweldige ontwikkeling van het luchtwapen in de tusschenliggende periode. Destijds was er primair behoefte aan benzine voor automobielen. Daarnaast bestond een, in verhouding zeer geringe behoefte aan benzine met hoog octaangehalte voor vliegtuigmotoren. De kreet der geallieerde strijdkrachten is thans: vliegtuigbenzine en nogmaals vliegtuigbenzine.
      Vóór het begin van den oorlog met Japan lag een zeer belangrijk centrum van petroleumproductie en van de productie van benzine met hoog octaangehalte in Nederlandsch Indië. Het was, bij deze centrale grondstofvoorziening, onnoodig, de benzine voor China, Australië, Britsch Indië en de tusschenliggende kleinere centra uit de Vereenigde Staten aan te voeren. Deze centrale bron is echter met één slag en zonder voorafgaande waarschuwing uitgevallen met als direct resultaat, dat China, Australië en de andere overgeblevenen tot centra van de eerste grootte verheven gebieden thans voor hun totale voorziening afhankelijk zijn van de Vereenigde Staten.
      Het zwaard is tweesnijdend, driesnijdend zelfs. Niet alleen ontstaat thans een plotselinge behoefte aan een geweldige tankvloot, zooveel te grooter, daar de te bevaren afstanden van gigantische afmetingen zijn (hoe lang moet niet één tankboot varen, heen en weer op het trajet San Francisco-Honolulu en Frisco-Sydney!) maar bovendien stijgt de behoefte van alle in de eerste linie gelegen gebieden tot ongekende proporties, doordat de geallieerden, met hun luchtmacht opereeren over zeer lange verbindingslijnen, met onvermoede hoeveelheden vliegtuigen. Ten derde echter is het produceeren van vliegtuigbenzine een proces, dat speciale raffinaderijen vereischt, waarbij bovendien steeds geweldige hoeveelheden normale benzine vrijkomen.
      Het is aan geen twijfel onderhevig, dat de kleine raffinaderijen binnen enkele maanden hun zaken kunnen sluiten; een firma, die een geweldige raffinaderij voor benzine met hoogoctaangehalte heeft, brengt als nevenproduct gewone voort, die juist omdat het een nevenproduct is, op de markt kan worden gebracht tegen een prijs en in hoeveelheden, die de kleine firma’s, welke deze als hoofdproduct leveren, in een ommezien van de markt drijven. Dit laatste is slechts een van de vele economische nadeelen die in landen met een economische constructie als Amerika slechts een zorg op de duizenden meer beteekenen. Tactisch echter vloeit uit deze constellatie logisch voort, dat de vloot van tankbooten een der meest vitale levensvereischten is der geallieerden.
      Wederom zien wij in den strijd ter zee de zuivere doel-gerichtheid der Duitsche oorlogvoering. Zelfs het torpedeeren van schepen geschiedt niet als doel op zich, doch is gericht op het zwakste punt van het front van den tegenstander: zijn vloot van kostbare tankbooten, die nimmer zeer uitgebreid was, is door de veranderde verhoudingen ontoereikender dan ooit en wordt ontoereikender naarmate de behoefte aan voorziening van vergelegen districten toeneemt.
      Steeds sterker zien wij bij de geallieerden, dat posities op elk gebied, die veilig gewaand werden, op zorgbarende wijze in gevaar worden gebracht. Hun wordt niet de tijd gegund, om op adem te komen. Hun energie wordt nagenoeg volkomen opgebruikt aan het telkens koortsachtig afweren van volkomen onverwachte gevaren. Zonder dat energie overblijft voor preparatieven voor een hernemen van het initiatief.
      Weinig benijdenswaardige positie.........

W. W. W.





[1]Artikel uit „De Residentiebode” (’s-Gravenhage , 17-04-1942).