Hilversum 1,



Zooals je gehoord hebt. Tja. Onvermydelyk.
Er zyn echter zeer belangryke dingen waarmee ik bezig ben. Doe my een plezier en   ,als je fiets hedenavond wordt gebracht hetgeen is afgesproken, kom dan in den loop van den middag naar Hilversum. Het is hier heusch nogal genoeglyk. Ik zit op het politiebureau naast Gooiland (Het hotel met de plezierige herinneringen) en de agenten zyn ontzaglyk geschikt. Ik hoef heelemaal niet in de cel 2.

Als je per fiets komt neem dan mee en vergeet dat niet het manuscript van Taillehaeck benevens het naschrift dat in andere typeletter destyds is toegezonden aan Rost v. Tonningen 3. Dat ligt geloof ik in de rechterlade (kleine laadjes) onderaan de middelste plank. Daar liggen ook documenten in van "Amerika".

Het is ook mogelyk dat het naschrift ligt tusschen de papieren die ik Zondag op tafel had liggen. Moeilyk te vinden kan het niet zyn.

Kun je niet komen doe dan zonder tydverlies het volgende:
Koop een groote gele enveloppe, stop er het naschrift in en stuur het geheel aan Dr. Ritter 4. Zyn precies adres vind je op brieven van hem die zitten ergens achter in de brieven houder waarin ook de corresp. met Verbiest 5 zit.

Ik elk geval echter moet dat naschrift in den loop van morgen worden verzonden 6. Het is teveel om je dat alles nu uit te leggen. Ik ben aan iets prachtigs bezig. Een wild plan.

Als je morgen komt, neem dan wat toiletartiklen mee en wat pakjes sigaretten (o, nee, - ik heb de sleutel!) en een handdoek en myn pyjama in dat kleine koffertje en toon je een steun voor je echtgenoot.
Als lukt waar ik mee bezig ben ga ik den dienst 7 uit.
Wat zal ik dan bly zyn!


Met woeste appreciatie:



[ondertekening 8]




[1]Helaas staat er geen datum boven deze brief. Aangezien er sprake is van een manuscript dat gestuurd is aan Rost van Tonningen, is de terminus post quem van deze brief in elk geval 20 juni 1940; het schrijven aan Rost van Tonningen zelf is niet bewaard gebleven (?), maar het schrijven en de datum ervan wordt gememoreerd in een brief aan Willem van de NENASU d.d. 26 Juni 1940. In diezelfde brief van de NENASU wordt Willems adres genoemd: Soestdijkerweg 32 N., Bilthoven (hetgeen de opmerking in bovenstaande brief "als je per fiets komt" verklaarbaar maakt).
De terminus ante quem is dan 4 oktober 1940, de datum waarop Willem en Wiesje naar Amersfoort verhuisden.
In elk geval wordt met "Taillehaeck" deel 1 bedoeld.
De ontvanger van de brief wordt niet genoemd, maar deze is ongetwijfeld Wiesje.
[2]Waarom moest Willem in de cel? (Vgl. noot 7: was Willem als soldaat ge´nterneerd?).
[3]Met potlood onderstreept.
[4]Dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, noemt Dr. P.H. Ritter jr.: redacteur van Het Liberale Weekblad. Bedoelt Willem deze?
[5]Dr. L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, noemt Cornelis Verbiest: Amsterdamse rechercheur, medewerker van de ĹGroep van der Veen'. Bedoelt Willem deze?
[6]Bedoeld wordt natuurlijk: "In elk geval";
de zin "Ik (In) elk geval [...] verzonden" is met potlood onderstreept en (door Willem zelf) van schriftelijk commentaar "˛f door mij ˛f door jou!" in de marge voorzien.
[7]Met "dienst" bedoelt Willem waarschijnlijk de Opbouwdienst.
De Opbouwdienst was de voorloper van de Arbeidsdienst en werd in juni 1940 opgericht door de Duitse commissaris voor demobilisatie met als doel om Nederlandse beroepsmilitairen zo veel mogelijk in te schakelen in het arbeidsproces; het had 75 corpsen van elk zo'n 800 man en deed werkzaamheden voor de wederopbouw: ontginning, wegenaanleg en draineringsklussen.
Van mei tot december 1940 was Willem bij deze Opbouwdienst werkzaam als leraar algemene ontwikkeling.
[8]Hier is geen sprake van een echte handtekening: leesbaar is iets als "Jouw Wim".